Veelgestelde vragen


ALARM: IS SPREEK- LUISTERVERBINDING VERPLICHT OF MAG EEN ALARMBEL OOK?

Een liftinstallatie mag volgens het warenwetbesluit liften niet in gebruik zijn indien het niet mogelijk is om in geval van nood alarm te geven. Afhankelijk van het bouwjaar van de installatie mag alarmering met een alarm drukknop of moet er een spreek-luisterverbinding zijn. Bij liften met een bouwjaar tot 1998 mag naar keuze een alarmbel of een spreek-luisterverbinding zijn aangebracht. AIs de lift gebouwd na genoemde datum, dan behoort er een spreek-luisterverbinding met noodstroomvoorziening aanwezig te zijn.

Alarm: Mag de spreek-luisterverbinding via internet / VOIP?

De essentie van een spreek-luisterverbinding is dat er in geval van storing altijd hulp is in te roepen. Onder een storing verstaat de norm ook een spanningsafval. De eigenschap van een VOIP systeem via glasvezel is dat er alleen is te communiceren zolang alle apparatuur in de lijn spanning voert. Zowel het modem als de centrale zullen in de regel stoppen met functioneren bij wegvallen van de netspanning.

Slechts indien wordt gegarandeerd dat bij het wegvallen van de spanning van het gebouw een spreek- luisterverbinding is op te bouwen kan een VOIP systeem via glasvezel worden toegepast.

ASBEST: KAN HET LIFTINSTITUUT DAT BEOORDELEN?

Op het moment dat Asbest werd verboden heeft een inspectie naar asbest houdende materialen plaatsgevonden. Deze inventarisatie werd door de liftenfirma's en het Liftinstituut gehouden. Als resultaat van deze inventarisatie zijn de asbesthoudende materialen vervangen door wel goedgekeurde materialen. Na genoemde datum waren er geen asbest houdende materialen meer in de handel en zijn daarom ook niet meer geplaatst. 

Wel is het zo, dat omtimmeringen van asbest die niet waren of zijn beschadigd niet behoeven te worden vervangen en dus nog in de liftinstallatie aanwezig kunnen zijn.

Twijfelt u over de aanwezigheid van asbest, dan kunt u een controle door een gespecialiseerd bedrijf laten uitvoeren.

BRANDDETECTIE: MAG ASPIRATIEAPPARATUUR IN DE LIFTMACHINEKAMER AAN DE LIFTVOEDING WORDEN GEKOPPELD?

Aangezien de snuffelapparatuur al in de liftmachinekamer wordt geplaatst is een aftakking van de hoofd-lichtvoeding voor de apparatuur toegestaan. Voorwaarden zijn wel dat:

- werkzaamheden voor installatie en onderhoud in de machinekamer aan de apparatuur onder begeleiding van een liftdeskundige worden uitgevoerd en

- de voeding voor de hoofdschakelaar licht van de liftinstallatie is afgetakt.

BRANDDETECTIE: MOGEN ASPIRATIELEIDINGEN IN DE LIFTSCHACHT WORDEN AANGEBRACHT?

Binnen het centraal college van deskundigen liften is bepaald dat rookmelding vanuit de liftschacht is toegestaan d.m.v. een aspiratiesysteem. De aanzuigbuizen mogen in de  liftschacht zijn aangebracht terwijl de daadwerkelijke apparatuur zich buiten de schacht bevindt. Voorwaarden voor aanbrengen van de aanzuigleidingen zijn:

- De aanzuigleidingen moeten worden aangebracht onder toezicht van een liftdeskundige.

- De leidingen mogen niet van invloed zijn op de, ten minste vereiste, vrije ruimte boven en onderin de liftschacht

BRANDWEERLIFT: MOET EEN ‘OUDE’ BRANDWEERLIFT WORDEN AANGEPAST AAN DE NIEUWSTE NORMEN?

De Nederlandse wetgeving vermeldt dat een lift na onderhoud of modificatie ten minste moet voldoen aan de eisen zoals die golden op het moment dat de installatie voor het eerst is gebouwd. Een uitzondering is gemaakt voor eisen die voortvloeien uit de Arbo wet. Voor brandweerliften is geen aanvullende regelgeving beschikbaar. Dit houdt in dat dergelijke installaties mogen blijven voldoen aan de ver vaardigingsvoorschriften. Aanpassen van een EN 81 lift naar de 81-72 eisen is nagenoeg niet uit te voeren. EN 81-72 vraagt immers naast lifttechnische aanpassingen aanzienlijke bouwkundige aanpassingen. Er is geen zicht op dat bovengenoemde regeling voor wat betreft de vervaardigingsvoorschriften zal worden aangepast.

BRANDWEERLIFT OPGEHOOGD: ALLES CONFORM EN 81-72?

Het betreft een zogenaamde “optop” situatie.

Een bestaande brandweerlift van 5 verdiepingen werd met 3 verdiepingen verhoogd. De 3 nieuwe verdiepingen zijn van een brandwerend voorportaal voorzien. Moet ik de 'oude' verdiepingen nu ook van een brandwerend voorportaal laten voorzien?

In de door u aangehaalde situatie is er sprake van vermenging van normen. De ‘oude’ lift is voor wat betreft het brandweergedeelte niet gebouwd conform EN 81-72. De oude norm vroeg onder andere geen brandwerende constructie op de verdiepingen. Het nieuw aangebrachte deel van de liftinstallatie is wel gebouwd conform EN 81-72. Deze norm vraagt wel een brandwerende constructie op de verdiepingen.

Het is echter niet aan de keurende instanties om te bepalen of de totale brandwerendheid van de installatie voldoende is. De plaatselijke overheid bepaalt uiteindelijk of de ‘gemengde’ constructie is te accepteren.

Deuren: Mag bij een verbouwing in plaats van een kooiafsluiting een lichtgordijn worden aangebracht?

De wetgeving in Nederland stelt dat een installatie na onderhoud of verbouwing ten minste moet voldoen aan de vervaardigingsvoorschriften.

De vervaardigingsvoorschriften zijn die welke golden ten tijde van de nieuwbouw van uw installatie.

 In de loop der jaren hebben de ontwikkelingen op het gebied van Arbo echter niet stilgestaan.

Ook de zorgplicht van de eigenaar heeft een belangrijke plaats gekregen.

Gevolg van de laatste 2 ontwikkelingen is, dat u als eigenaar eigenlijk niet langer de keuze kunt maken om bij een verbouwing geen kooiafsluiting aan te brengen.

U voldoet dan niet aan de zorgplicht om gebruikers en onderhoudspersoneel van de lift veiligheid te bieden welke op dit moment gebruikelijk is.

Een lichtgordijn is geen gelijkwaardige oplossing aan een kooiafsluiting.

In geval van inklemmen bij de kooidrempel zal na uitschakelen door het lichtgordijn ten gevolge van de remweg toch aanzienlijke lichamelijke schade kunnen ontstaan.

Deuren: Moeten bij renovatie draaideuren worden vervangen door schuifdeuren?

De binnen Europa geharmoniseerde norm voor liften. EN 81-1 stelt dat er schachtafsluiting aanwezig moet zijn.

De eigenschappen van de schachtafsluiting worden alleen beschreven in sterkte-eisen.

Dit houdt in, dat draaideuren als schachtafsluiting zijn toegestaan. Let u er wel op, dat draaideuren met de hand openen met name voor oudere gebruikers moeilijk kan zijn.

De kooi zal te allen tijde moeten zijn voorzien van een afsluiting. De enige werkbare oplossing is in dit geval toepassen van kooi-schuifdeuren.

Gevelonderhoud: Is lassen aan een gevelonderhoudsinstallatie toegestaan in verband met de CE-markering?

Een takel heeft in het kader van de Europese wetgeving een aan de Richtlijn machines gekoppelde conformiteitverklaring.

Deze verklaring is opgesteld aan de hand van alle technische gegevens. Hieronder zijn, zeker bij takels de materiaaleigenschappen van belang.

Op het moment dat er aan het materiaal wordt gelast, veranderen de eigenschappen en voldoet de installatie wellicht niet meer aan de primaire eisen van de Richtlijn machines.

Zonder beproeving door een aangewezen materiaalbeproevingslaboratorium is geen uitspraak te doen over het al dan niet veilig te gebruiken zijn van de takel.

De leverancier stelt terecht dat door lassen de CE verklaring niet meer geldig is en dat de leverancier niet meer kan instaan voor veilig gebruik.

Kabels: Moeten draagbanden elke 5 jaar worden vervangen of is een vast aangebracht testapparaat ook goed?

Uw liftinstallatie is, zoals u aangeeft voorzien van kunststof banden met daarin stalen draagkabels

Voor uw veiligheid controleren wij bij onze keuring normaal gesproken de staat en het aantal breuken van de stalen draagkabels.

Bij uw installatie is controle door de kunststof omhulling echter niet mogelijk.

Daarom is door de leverancier bepaald dat zonder verdere voorzieningen de draagkabels in ieder geval 5 jaar veilig zijn te gebruiken.

Na 5 jaar zouden de kabels moeten worden vervangen.

In de praktijk bleek echter door onderzoek na vervanging dat de kabels in veel gevallen veel langer dan 5 jaar mee kunnen.

De enige manier om deze kabels te controleren is de verandering in weerstand als gevolg van breuken met speciale apparatuur te meten.

Hiervoor is een speciaal in de liftinstallatie aan te brengen apparaat ontwikkeld dat door diverse partijen op de markt wordt gebracht.

Besluit u geen meetapparaat aan te schaffen, dan zit er niets anders op dan iedere 5 jaar de draagkabels te vervangen. Dit zal een veel grotere investering vragen dan het apparaat.

Liftkooi: Mag een GSM steunzender worden aangebracht in liftkooi?

In verband met goede dekking is het soms vereist dat in de kooi een steunzender voor (mobiele) telefoon is aangebracht.
Wij kunnen dit onder voorwaarden accepteren:
- De steunzender moet zijn geplaatst in een afsluitbare nis in de kooi.
- In de nis mogen geen doorgaande gaten naar de schacht aanwezig zijn
- In de nis mogen wel aanwezig zijn:
            - Een aansluitpunt voor de netwerkkabel
            - Een wandcontactdoos
- De wandcontactdoos moet:
            - Zijn aangesloten op een aparte groep achter de Hoofdschakelaar "licht" in de machinekamer
            - Selectief zijn beveiligd
- De netwerkkabel moet:
            - Als aparte hangkabel zijn uitgevoerd
            - Vanuit de machinekamer zonder lassen of aftakkingen naar buiten de machinekamer zijn gevoerd

 De diverse werkzaamheden buiten de liftkooi moeten door of onder toezicht van een liftdeskundige worden uitgevoerd.

Liftkooi: Mag ik het aantal TL buizen verminderen?

De binnen Europa geharmoniseerde norm voor liften, EN 81-1 vermeldt over de kooiverlichting het volgende:

Citaat:

8.17 Lighting

8.17.1 The car shall be provided with electrical lighting that is permanently installed ensuring a light intensity of at least 50 lux at floor level and on the control devices.

8.17.2 If lighting is of the incandescent type, there shall be at least two lamps connected in parallel.

8.17.3 The car shall be continuously illuminated when the lift is in use.

In the case of automatically power operated doors the light may be switched off when the car is parked at a

landing with the doors closed in accordance with 7.8.

 Einde citaat

 Kunt u met minder buizen de benodigde verlichtingssterkte realiseren, dan is dat derhalve geen probleem.

Liftkooi: Mogen verhuisdeuren uit de liftkooi worden verwijderd?

De zogenaamde verhuisdeuren werden in het verleden nog wel eens in liftkooien toegepast. De totale oppervlakte van een liftkooi werd dan, door gebruikt te maken van tussendeuren, verdeeld in 2/3 vóór de deuren en 1/3 achter de deuren. Hierdoor was het normaal bruikbare oppervlakte beperkt tot 2/3 van het totaal. Door gebruik te maken van verhuisdeuren kon de technische installatie worden uitgelegd voor gebruik voornamelijk gebaseerd op de 2/3 oppervlakte.

Normtechnisch is er geen bezwaar om deze deuren te verwijderen en daarom stellen wij bij de keuring geen aanvullende eisen als de deuren verwijderd worden. Echter de kans bestaat dat door de extra 1/3 extra oppervlak de installatie overbelast raakt. Daarom adviseren wij altijd om de volgende extra maatregelen toe te passen.

  1. De kooi voorzien van een weeginrichting waarmee de overbelasting wordt gedetecteerd en die bij overbelasting het gebruik van de lift verhindert;

  2. Het plaatsen van een vaste zitbank van tenminste 25cm diep tegen de achterwand van de kooi, een scharnierend exemplaar is niet wenselijk;
3.  In de kooi het maximum aantal toe te laten personen met opvallend grote cijfers en letters in het zwart op een gele achtergrond aan te geven.

Liftkooi: Mogen wij het interieur van de liftkooi zelf moderniseren?

Bij het aanpassen van het interieur van de liftkooi moet erop worden gelet dat:

-           de kooiventilatie in takt blijft;

-           de vloer van de liftkooi stroef blijft;

-           alle opschriften en het drukknoptableau in de liftkooi vrij blijven;

-           de verlichtingssterkte in de kooi van ten minste 50 lux op de vloer en bij de bedieningsknoppen gegarandeerd blijft;

-           de aanpassingen het gewicht van de lege kooi niet nadelig beïnvloedt. 

Als het gewicht van de lege kooi toeneemt moet aan de hand van het nieuwe kooigewicht bekeken worden of de liftinstallatie hiervoor geschikt is.

Modificatie: Is het nog steeds zo, dat als alleen de leiders blijven staan de lift wordt gezien als een bestaande installatie

Door de komst van het WSCS is het per 1 maart 2013 niet meer mogelijk een nieuwe lift te plaatsen die nog aan oude voorschriften mag voldoen.

Plateaulift: Mag in een flat een plateaulift worden geplaatst in plaats van een gewone lift? De lift heeft namelijk beperkingen.

Dergelijke installaties zijn in de zin van de wet geen lift.

Een plateaulift is een machine. De machine moet voldoen aan het warenwetbesluit machines.

Consequenties van de keuze van een plateaulift zijn:

Voordelen: (Zeer) lage prijs, geen bouwkundige voorzieningen voor vrije ruimten boven en onder de kooi.

Nadelen: Lage snelheid, vasthoudbesturing, gebruikscomfort laag

Projectontwikkelaars kiezen met enige regelmaat voor de goedkope oplossing en nemen het gebrek aan gebruikscomfort na oplevering voor lief.

Het bouwbesluit liet tot 2012 toepassing van dergelijke heffers toe.

Aspirant bewoners kunnen in de bestekken nagaan welke soort lift wordt geleverd. In de praktijk gebeurt dat echter niet met als gevolg een minder goed werkbare situatie.

Aangezien de aspirant bewoners op de hoogte konden zijn is bij reclameren gelijk krijgen in de regel een moeilijke zaak.

Plateaulift: Moet in een plateaulift een spreek- luisterverbinding zijn aangebracht?

In de zin van de wet is een plateaulift geen lift maar een machine.

De installatie moet voldoen aan het Warenwetbesluit Machines. Dit besluit verwijst op haar beurt naar de Richtlijn Machines.

Deze richtlijn geeft echter zeer globale eisen voor wat betreft de veiligheid.

Teneinde ten minste aan de basiseisen van de richtlijn te voldoen is de binnen Europa te harmoniseren norm EN 81-41 geschreven.

Deze norm stelt het volgende voor wat betreft alarmering bij plateauliften:

Citaat:

5.5.16 Emergency alarm devices

5.5.16.1 In order to call for outside assistance, passengers shall have available in the platform an easily recognisable and accessible device for this purpose. This device shall allow a two way voice communication by a permanent contact with a rescue service.

5.5.16.2 Emergency alarm device shall be equipped with a standby power source (such as battery backup and charger), in case of the interruption of the normal power supply. The duration of the standby power source shall be at least one hour.

NOTE The emergency alarm device should work even in event of electrical power supply failure. In the case of connection to a public telephone network, 5.5.16.2 might not apply.

5.5.16.3 An intercom system, or similar device, powered by the emergency supply referred to in 5.5.4, shall be installed between the inside of the platform or in the working area under the platform and the machine room/cabinet if a direct acoustic communication between the machine room/cabinet and the liftway is not possible.

Einde citaat.

Indien u de alarmering conform deze norm uitvoert, voldoet u aan de eis uit het Warenwetbesluit Machines.

Schacht: De hoogste stopplaats van de lift gaat blijvend vervallen. Moet de installatie worden aangepast?

Besluit u de hoogste stopplaats buiten dienst te zetten, dan zult u bij de nieuwe hoogste stopplaats:

- De uitloop van de kooi boven moeten beperken tot ca 25 cm boven de verdiepingvoer.

Dit heeft als consequentie dat u de draagkabels moet vervangen door langere exemplaren of dat u de stuiting onder de baan van het tegengewicht moet verhogen.

- De Noodeindschakelaar boven zal naar de nieuwe hoogste verdieping moeten worden verplaatst.

- Er moet een mogelijkheid zijn om de draagkabels vanuit de machineruimte te inspecteren. Een deel van de kabels zal zich immers ter hoogte van de oude hoogste stopplaats bevinden en niet zijn te inspecteren terwijl ze wel aan slijtage onderhevig zijn.

Schachtdeur – verlichting: Moet er een altijd brandende verlichting voor de schachttoegang zijn aangebracht?

De norm NEN-EN 81 (“Veiligheidsregels voor het vervaardigen en het aanbrengen van liften”)

eist dat de verlichting - door daglicht of kunstmatig - van de verdiepingen in de nabijheid van de schachtdeuren op de vloer ten minste 50 lux moet bedragen, zodat een gebruiker kan zien wat er zich voor hem bevindt wanneer hij de schachtdeur opent om de lift in te gaan, zelfs als de verlichting in de kooi defect is.

Dit is bepalend voor de locatie van het toegepaste verlichtingsarmatuur en of deze verlichting continue moet branden.

De norm eist niet dat de verlichting voor de schachttoegang als noodverlichting uitgevoerd moet worden

Storing: Onze lift staat vaak in storing. Hoe kan het dat hij toch is goedgekeurd?

Het Liftinstituut is aangewezen om aan liftinstallaties te controleren of deze voldoen aan de geldende, binnen Europa geharmoniseerde norm, EN 81-1 of 2.

Tijdens onze keuring heeft deze toets plaatsgevonden en bleek de installatie te voldoen.

Indien installaties aan de geldende norm voldoen zijn zij veilig te gebruiken.

Het probleem van storingen is helaas geen kwestie van veiligheid, doch een kwestie van bedrijfszekerheid.

De stilstaande lift veroorzaakt weliswaar ongemak en soms claustrofobie, maar is geen onveilige situatie met gevaar voor lichamelijk letsel.

Bedrijfszekerheid is daarom niet opgenomen in de genoemde norm voor liften.

Het is verstandig om in afspraken tussen de eigenaar en de liftenfirma de ten minste vereiste beschikbaarheid van de installatie vast te leggen.

Let u wel op: een gebruikelijke afgesproken beschikbaarheid van 99,3 % houdt in dat een lift per jaar toch nog ruim 2,5 dagen in storing mag staan.

Wellicht is het een oplossing om binnen de vereniging van eigenaren enkele mensen op te leiden die in staat zijn om passagiers uit een stilstaande lift te bevrijden

Traplift voeding: Mag een traplift met een steker met randaarde worden gevoed?

Een traplift welke is aangesloten met een steker is te beschouwen als een toestel zoals bijvoorbeeld een wasmachine.

In het toestel bevinden zich elektrisch gevoede en aangedreven onderdelen.

Gaat er met deze onderdelen onverhoopt iets mis, dan bestaat de mogelijkheid dat de metalen delen onder spanning komen te staan.

Om dit te voorkomen is het noodzakelijk dat de metalen delen van een dergelijk apparaat worden geaard.

Wordt de voeding via een steker uit een wandcontactdoos betrokken, dan zal uit datzelfde punt een aardaansluiting moeten worden mee aangevoerd.

De enige methode is om dit via een geaarde wandcontactdoos te doen.

De eisen omtrent de aansluiting kunt u vinden in NEN 1010, de norm voor laagspanningsinstallaties.

TYPEGEKEURDE MACHINE AANGEPAST: BLIJFT CERTIFICAAT GELDIG?

Wij plaatsen een machine waarvoor het Liftinstituut een typecertificaat heeft afgegeven. Er zijn echter enkele aanpassingen noodzakelijk. Moet de installatie opnieuw worden gecertificeerd of zijn de bestaande certificaten ook na een wijziging geldig?

Wij ontvingen uw vraag met betrekking tot een gewijzigde uitvoering van een typegecertificeerde machine. Uw vraag laat zich als volgt beantwoorden:

    • Een typegecertificeerde installatie mag in beginsel uitsluitend zonder wijzigingen worden geïnstalleerd, geheel in overeenstemming met het typecertificaat en bijbehorend rapport
    • Als er wijzigingen moeten worden doorgevoerd, zoals u aangeeft, dan moeten deze wijzigingen aanvullend worden beoordeeld. Deze beoordeling kunnen wij in uw opdracht uitvoeren. Indien uit de aanvullende beoordeling blijkt, dat nog wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het typecertificaat en bijbehorend rapport, dan geven wij u daarvoor ter bevestiging een verklaring  af. U kunt de machine dan installeren op basis van het typecertificaat en de aanvullende verklaring.
    • Als de machine na de wijzigingen echter niet meer voldoet aan de voorwaarden van het typecertificaat en bijbehorend rapport, dan is aanvullend EG-typeonderzoek nodig. Dit kan i.h.a. het beste gebeuren in opdracht van de certificaathouder. Voor de uitvoering met de wijzigingen wordt dan bij goedkeuring door ons een revisie van het typecertificaat uitgegeven. Zouden de wijzigingen in uw opdracht gecertificeerd moeten worden, dan zal het typecertificaat op uw naam opnieuw voor de gehele installatie inclusief de wijzigingen uitgegeven moeten worden. U wordt dan in de zin van de Richtlijn machines de fabrikant van de gehele machine. Aan een EG-typeonderzoek in uw opdracht kunnen hogere kosten verbonden zijn, dan bij de revisieoptie in opdracht van de oorspronkelijke certificaathouder.
V.O.K.: Is keuren met een veiligheidsgordel een alternatief voor opheffen V.O.K. punten?

Een liftinstallatie wordt door keurende instanties beoordeeld op veiligheid voor de monteur en inspecteur.

Eén van de voorzieningen is voorkomen van valgevaar vanaf het kooidak.

Het valgevaar is af te wenden door langs de rand van het kooidak een hekje aan te brengen.

De keurende instanties hebben in hun overleg besloten de eigenaar van een liftinstallatie niet direct te confronteren met een afkeuring als de hekjes nog niet zijn aangebracht.

De afspraak is, de installatie waarop nog geen hekjes zijn aangebracht éénmalig met een veiligheidsgordel te keuren.

De Arbo wetgeving vermeldt dat een technische oplossing altijd gaat voor een instructie of persoonlijke valbeveiliging. Het is dus geen optie om met een gordel te blijven keuren

V.O.K. Risicograden: Uitleg over risicograden

Tijdens iedere keuring beoordeelt het Liftinstituut een liftinstallatie aan de hand van de V.O.K. lijst.

De gevonden afwijkingen van de V.O.K. lijst hebben in overleg met de Arbeidsinspectie een risicocategorie meegekregen.

De risicocategorieën zijn een maat voor de zwaarte van de afwijking.

 In de hieronder staande tabel is per risicocategorie vastgelegd wat de consequenties zijn:

 Categorie 1: De afwijking is onacceptabel, er moet een corrigerende maatregel worden genomen waarmee het gevaar wordt opgeheven.

Categorie 2: De afwijking is ongewenst, er moet een corrigerende maatregel worden genomen waarmee het gevaar wordt opgeheven.

Categorie 3: De afwijking is eventueel acceptabel na een risico-inventarisatie, uit de inventarisatie moet blijken of er actie moet worden ondernomen.

Categorie 4: De afwijking is acceptabel.

Aan de hand van deze tabel is per categorie de uitvoeringtermijn vastgesteld:

Categorie 1: Uiterlijk de derde keuring

Categorie 2: Uiterlijk de derde keuring

Categorie 3: Uiterlijk binnen 12 jaar

Categorie 4: Eigen verantwoording

Verlichting: Mag de verlichting van de liftkooi bij geen gebruik door een bewegingsmelder uitgeschakeld worden?

Toepassen van een bewegingmelder in de liftkooi heeft nadelen.

Een daarvan is, dat als bijvoorbeeld de lift in storing raakt en de passagier gaat bijvoorbeeld stil op de vloer zitten, het licht uitgaat.

Er zijn echter enkele mogelijkheden.

Afhankelijk van de voor de lift geldende norm geldt het volgende:

1.         De lift is gebouwd volgens de  Nederlandse norm, NEN 1081:

Aanvullende voorwaarden indien u een bewegingsmelder toepast:

- De nalooptijd van de bewegingsmelder moet ten minste10 minuten zijn.

- In het verlichtingsarmatuur moet een constant brandende spaarlamp van ten minste 5 watt (lichtstroom van ten minste 300 lumen) zijn aangebracht.

2.         De lift is gebouwd volgens de binnen Europa geharmoniseerde norm, NEN-EN 81-1 of 81-2:

In dit geval is een bewegingsmelder niet noodzakelijk.

- Volgens artikel 8.17 mag bij automatisch mechanisch aangedreven deuren de verlichting worden uitgeschakeld als de kooi stilstaat op een stopplaats met gesloten deuren, overeenkomstig artikel 7.8.

- Artikel 7.8 vermeldt:

Bij normaal bedrijf moeten automatisch bediende schachtdeuren zich na enige tijd sluiten als er geen rijopdracht meer aanwezig is.

Als conclusie geldt dat bij afwezigheid van rijopdrachten de schachtdeuren van een lift die is gebouwd volgens EN 81 na bijvoorbeeld 5 minuten moeten sluiten. Het kooilicht mag dan geheel worden gedoofd.

Vrije ruimte: Moet de vrije ruimte in de liftschacht voldoen aan het bouwbesluit of aan de liftennorm?

De insteek van het bouwbesluit is dat het gebouw en de zich daarin bevindende machines veilig zijn te gebruiken.

Het Bouwbesluit is een algemeen besluit dat ervoor zorgt dat, indien er geen specifieke regelgeving is, er voldoende veiligheid is gewaarborgd.

In het geval van liften is er specifieke regelgeving waaronder, mits juist toegepast veiligheid wordt gegarandeerd.

In de bedoelde norm voor liften, EN 81-1 en 2 is geregeld dat onder alle omstandigheden een vrije ruimte in de schachtput bij de kooi in laagste stand van 50 cm is gewaarborgd.

Tevens moet een blok van 50 x 60 x 100 cm onder dezelfde omstandigheden onder de lift zijn te plaatsen.

Hiervan uitgaande is de diepte van de put niet maatgevend maar de constructie aan de onderzijde van de liftkooi en in de liftput.

De constructie van de lift bepaalt dus de bouwkundige eis. Er zijn diverse leveranciers die een constructie voeren welke in een putdiepte van 110 cm toch voldoende vrije ruimte garandeert. Hierdoor voldoet de liftinstallatie aan de geldende norm en is er geen ontheffing o.i.d. van de Arbeidsinspectie noodzakelijk