Liftinstituut positief kritisch over rapport Inspectie SZW

Het rapport ‘Liftkeuringen onafhankelijk of niet?’ dat door de Minister van SZW op 18 februari 2014 werd aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer wordt door Liftinstituut verwelkomd. Uit het rapport blijkt dat het niveau van de keurende instanties (CKI’s) in Nederland op het gebied van liften hoog is en dat inspecteurs als echte vakmensen integer hun werk doen. Als grootste partij in deze markt is Liftinstituut trots op dit resultaat.
20-02-2014

Tegelijkertijd stelt Liftinstituut vraagtekens bij enkele conclusies. Inmiddels is dit het derde onderzoek naar de risico’s van het uitvoeren van keuringen in opdracht van onderhoudsfirma’s. In 2012 nog werd aangetoond dat meerdere CKI’s in de toekomst niet meer onafhankelijk kunnen opereren. Ook tijdens dit onderzoek wordt duidelijk dat, ondanks schriftelijke afspraken met de Minister, de leveringsvoorwaarden van CKI’s worden verworpen bij contractering door een onderhoudsfirma. Het is goed te vernemen dat het in de praktijk moeilijk aantoonbaar is dat er sprake is van beïnvloeding. Het beleid van overheidswege moet er echter op gericht zijn elk risico op belangenverstrengeling tussen onderhoudsfirma en keuringsinstantie te vermijden. Dat is onmogelijk als in toenemende mate de slager zijn eigen vlees mag keuren.

 

Uit het onderzoek komt helder naar voren dat er sprake is van een toenemende mate van afhankelijkheid van keuringen die worden ingekocht door een onderhoudsfirma.  Na doorrekening van de verschillende marktaandelen constateert Liftinstituut dat 4 CKI’s gezamenlijk voor meer dan 50% afhankelijk zijn van dergelijke constructies. Met de aloude wijsheid ‘wie betaalt die bepaalt’ in het achterhoofd is het een kwestie van tijd voordat deze afhankelijkheid ook in de praktijk tot problemen gaat leiden.

 

Liftinstituut gelooft in nauwe samenwerking met onderhoudsfirma’s en ziet vergaande mogelijkheden onderlinge processen te optimaliseren ter ontzorging van de lifteigenaar. De keuze voor een keurende instantie kan en mag echter alleen bij de eigenaar van de installatie liggen en kan nooit worden gemaakt door de onderhoudsfirma over wiens functioneren een uitspraak wordt gedaan middels diezelfde keuring, en die daar bovendien een economisch belang bij kan hebben.