Brandweerliften nader toegelicht: drie typen

Sinds het invoeren van brandweerliften in de zeventiger jaren zijn de normen voor brandweerliften doorontwikkeld. Ook de eisen aan de bouwkundige omgeving zijn behoorlijk uitgebreid. Verder kan nu in een aantal gevallen het certificaat ingehouden worden als deze lift niet aan de eisen voldoet. Voor alle duidelijkheid hebben we nog even alles op een rijtje gezet.
Brandweerliften nader toegelicht

Een brandweerlift is een lift die een speciale besturingsmogelijkheid heeft die een prioritaire bedieningsoptie biedt voor gebruik door de brandweer. Het idee is dat de brandweer tijdens brand snel en ongestoord de beschikking heeft over de lift. De brandweerlieden kunnen de lift dan gebruiken om snel de etage onder de brand te bereiken, zo nodig met het blusmaterieel. De brandweer kan de lift met de brandweerschakelaar op het toegangsniveau voor de brandweer onder controle krijgen als de brandweerschakelaar, die zich nabij de lifttoegang bevindt, wordt ingeschakeld (zie afbeeldingen brandweersymbolen onderaan). De brandweer heeft de beschikking over de daarvoor benodigde sleutel.

Werking lift bij ingeschakelde brandweerschakeling
In hoofdzaak zijn de kenmerken van een brandweerlift bij ingeschakeld brandweerbedrijf als volgt:

  • de lift krijgt bij inschakeling van de brandweerstand een oproep naar de etage met de brandweerschakelaar;
  • de lift parkeert daar met de deuren open;
  • de lift kan niet meer opgeroepen worden met behulp van de bediening op de verdiepingen;
  • de brandweer kan de lift bedienen, met behulp van de bediening in de kooi;
  • de fotocellen, die het sluiten van de deuren zouden kunnen verhinderen door rook, mogen niet functioneel zijn in brandweerbedrijf.

Afhankelijk van het voorschrift waaronder de brandweerlift is gebouwd, zijn er in detail variaties in het gedrag van de brandweerlift op de brandweerstand. Zo mogen bij de nieuwe brandweerliften (volgens de norm EN 81-72) de deuren op de verdiepingen alleen openen onder een blijvende bediening van de ‘deur-open’-knop in de kooi. Als deze knop wordt losgelaten, bijvoorbeeld als de brandweerman ziet dat de brand zich al vlak vóór de lift heeft uitgebreid, zullen de deuren direct weer sluiten. Pas als de deuren geheel open zijn, blijven ze geopend als de ‘deur-open’-knop wordt losgelaten.

Bouwkundige brandveiligheid
Ook zijn er fundamentele verschillen tussen de bouwkundige brandveiligheid van het gebouw. Een oude brandweerlift heeft geen bijzondere bouwkundige brandveiligheidseigenschappen. Een nieuwe brandweerlift voldoet echter wél aan een aantal bouwkundige brandveiligheidseisen, die erop zijn gericht om de brandweerlift storingsvrij in bedrijf te houden gedurende de tijd dat de bouwkundige structuur beschermd is tegen brand en rook. Dit wordt bijvoorbeeld gerealiseerd door een voldoende bouwkundige brand- en rookscheiding rondom de lift en door bescherming tegen bluswater, ook in de liftschacht en de schachtput.

Vluchtweg voor brandweerman waarborgen
Een belangrijk verschil tussen oude en nieuwe brandweerliften bestaat uit de voorzieningen om de vluchtweg voor de brandweer te waarborgen, als de brandweerlift er, ondanks alle beschermingsmaatregelen onverhoopt toch mee mocht stoppen. Zo moeten nieuwe brandweerliften onder meer zijn voorzien van een dakluik in de kooi en een ladder op de kooi, waarmee de brandweerman zich via het liftkooidak en de liftschacht in veiligheid kan stellen.

Keuringsmaatstaven verschillen
Wat keuring betreft zijn er ook behoorlijk wat verschillen, die bepaald worden door het jaar van ingebruikname van de lift. Zo was het tot 2013 bij alle keuringsinstellingen gebruikelijk dat de brandweerschakeling werd meegenomen in de keuring. Gebreken aan deze brandweerschakeling konden echter nooit aanleiding zijn om de lift af te keuren. Met het wettelijk voorgeschreven schema WSCS kwam daar verandering in. Het WSCS schrijft namelijk voor dat tekortkomingen aan de brandweerfunctie wel degelijk moeten meewegen in de criteria voor goed- of afkeuring van de lift. De verplichting om de brandweerfunctie te moeten meewegen in de criteria voor goed- of afkeuring van de lift geldt overigens alleen voor díe brandweerliften waarvan de brandweerfunctie onderdeel uitmaakt van de vervaardigingsvoorschriften.

Norm- en regelgeving
Als we daar het Warenwetbesluit liften op naslaan, vinden we in artikel 24 dat het, samengevat, als volgt zit met die vervaardigingsvoorschriften:

  • nieuwe liften moeten voldoen aan de vervaardigingsvoorschriften volgens art. 5 van het Warenwetbesluit liften. Dit houdt in dat de brandweerlift moet voldoen aan de Richtlijn liften 95/16/EG. Onder de Richtlijn liften is de geharmoniseerde norm NEN-EN 81-72 voor brandweerliften beschikbaar;
  • liften die tussen 16 augustus 1991 en 1 juli 1999 in bedrijf zijn gesteld, moeten voldoen aan hoofdstukken 0 tot en met 16 en bijlage Z van de norm NEN-EN 81-1 (tractieliften), tweede druk, uitgegeven in september 1986, zoals gewijzigd in december 1989, respectievelijk aan de norm NEN-EN 81-2 (hydraulische liften), eerste druk, uitgegeven in mei 1989. In bijlage Z.4 zijn de specifieke voorschriften voor de brandweerliften opgenomen;
  • liften die vóór 16 augustus 1991 in bedrijf zijn gesteld, moeten voldoen aan
    • de hoofdstukken II tot en met X en XII van de norm N 1081, uitgegeven in december 1950, of
    • de hoofdstukken II tot en met X en XII van de norm NEN 1081, uitgegeven in december 1971, zoals gewijzigd in februari 1989, of
    • de hoofdstukken 0 tot en met 16 van de norm NEN-EN 81-1, eerste druk, uitgegeven in juni 1979.

Wat opvalt, is dat voor de liften die vóór 16 augustus 1991 in bedrijf zijn gesteld dus geen specifieke bepalingen voor brandweerliften waren opgenomen. Hoewel er toen al lang brandweerliften waren, bestonden wettelijke vervaardigingsvoorschriften daarvoor dus niet. Daarom kunnen brandweerliften die vóór 16 augustus 1991 in bedrijf zijn gesteld nooit afgekeurd worden op enkel gebreken aan de brandweerschakeling.

Standpunt Liftinstituut
Het Liftinstituut vindt het voor de veiligheid van de brandweer echter van belang om ook bij de oude brandweerliften, dus van vóór 16 augustus 1991, de ogen niet te sluiten voor de brandweerschakeling. Bij de periodieke keuring nemen we daarom de brandweerschakeling dus gewoon mee in de beoordeling. Afwijkingen aan de werking van de brandweerschakeling worden ook in ons keuringsrapport vermeld. Het certificaat zal voor liften van vóór 16 augustus 1991 echter nooit kunnen worden geweigerd op basis van tekortkomingen aan de brandweerfunctie.

Slotopmerking
In 2015 is een nieuwe versie van de EN 81-72 voor brandweerliften gepubliceerd. De norm is bij NEN verkrijgbaar.

 

GOED HERKENBAAR


Liften die tussen 16 augustus 1991 en 1 juli 1999 in bedrijf zijn gesteld, zijn herkenbaar aan het ronde brandweersymbool. Deze moeten onder andere voldoen aan Bijlage Z4 van de norm EN 81-1/2.

 

 

 

Brandweerliften die zijn geproduceerd en geïnstalleerd op basis van de Richtlijn liften 95/16/EG en de onder deze Richtlijn geharmoniseerde norm NEN-EN 81-72 voor brandweerliften zijn herkenbaar aan het rechthoekige brandweersymbool.

 

 

 

 

Een afgekeurde brandweerlift is te herkennen aan dit symbool, wat op het brandweerliftsymbool wordt aangebracht.