Nieuwe Richtlijn machines heeft ook gevolgen voor liften

Een deel van het amendement A3 op de NEN-EN 81-1/2:1998 is gebaseerd op de nieuwe Richtlijn machines. Daarnaast gaat dit amendement in op de voortschrijding van de stand van techniek voor liften. Moeten de aspecten die verband houden met de Richtlijn machines al per 1 januari 2010 in nieuwe liften doorgevoerd zijn?

Willem Kasteleijn, product manager Liften bij het Liftinstituut, geeft aan dat in het amendement, een woord dat je ook als ‘wijziging’ mag vertalen, onder meer verwezen wordt naar artikel 24 uit de nieuwe Richtlijn machines. In dit artikel zijn de wijzigingen voor liften opgenomen die het gevol zijn van de nieuwe Richtlijn machines. Dit artikel heeft betrekking op het toepassingsgebied, de snelheid van liften, wijziging van definities en de uitsluitingen.

 

Wijzigingen naar aanleiding van nieuwe Richtlijn machines

Eén van de belangrijkste wijzigingen is dat het toepassingsgebied van de norm EN 81-1/-2 wordt aangepast aan de nieuwe Richtlijn machines. Dit houdt in dat een lift met een snelheid van minder dan 0,15 m/s uitgesloten wordt van de norm. Kasteleijn: “De gevolgen hiervan vallen relatief mee, omdat het maar om een heel kleine groep installaties gaat. De grootste groep die hieronder valt, zijn platformliften en die vielen op gond van de huidige definities van ‘lift’ en ‘machine’ al onder de Richtlijn machines.’’ Een andere wijziging, die meer consequenties heeft, is dat er vanuit de nieuwe Richtlijn machines per 1 januari 2010, in amendement A3 wordt geëist dat de bevestigingsmiddelen van een afscherming bij nieuwe liftinstallaties bij demontage voor inspectie en onderhoud verbonden moeten blijven met deze afscherming. De achtergrond hiervan is dat dan geen bevestigingsschroeven of -moertjes meer kwijt kunnen raken, waardoor de afscherming in de praktijk niet meer gebruikt zou worden. Omdat er geen overgangstermijn geldt voor de nieuwe Richtlijn machines. zou hieraan ook per 1 januari 2010 moeten worden voldaan. Echter, in Europa is over deze eis betreffende de afschermingen nog onvoldoende duidelijk om welk type afschermingen het gaat. Er gaan stemmen op vanuit de Europese Commissie, die aangeven dat het uitsluitend om afschermingen gaat die de bediener regelmatig moet losnemen voor bijvoorbeeld dagelijks onderhoud. En niet om afschermingen die door een deskundige moet worden losgenomen bij een onderhouds- of inspectiebeurt. Hierover zullen we nog in een later stadium publiceren.

Wijzigingen op basis van stand van techniek

Hierbij gaat het amendement A3 in op twee eisen. Deze eisen vloeien voort uit de huidige eisen van de Richtlijn liften, maar zijn vanwege de destijds geldende stand van de techniek nooit in de normen meegenomen. Enerzijds gaat het erom dat nieuw geplaatste liften uitgevoerd moeten worden met voorzieningen die onbedoelde bewegingen van de kooi met geopende deuren voorkomen, als gevolg van bijvoorbeeld een defect aan de rem, of een defect aan het nivelleer- of nastelsysteem. Anderzijds zijn in de A3 eisen opgenomen m.b.t. de stopnauwkeurigheid van de lift, met het doel om struikelgevaar bij in- en uitstappen te voorkomen. Deze eisen worden straks onderdeel van het amendement A3, maar omdat het doorvoeren van deze aangescherpte eisen niet op korte termijn door de industrie te realiseren is, geldt hiervoor een overgangstermijn van achttien maanden.

Nog niet vastgesteld

Het amendement is formeel nog niet vastgesteld, maar Kasteleijn benadrukt wel dat op 1 januari a.s. de wijziging met betrekking tot de liften met een snelheid van maximaal 0,15 m/s op grond van de nieuwe Richtlijn machines al in werking treedt. Hij adviseert liftenfabrikanten en -installateurs om tijdig voorbereidingen te treffen voor de overige wijzigingen die in de toekomstige A3 van kracht zullen worden.