Tijdelijke liften bij een gebouw vallen nu onder Richtlijn machines

De speciaal ontwikkelde liften voor tijdelijk plaatsing bij gebouwen, vallen nu onder de Richtlijn machines. Hiermee is voor fabrikanten, verhuurders, huurders en keuringsinstanties een nieuwe situatie ontstaan.

Op 28 november 2006 heeft de Arbeidsinspectie een brief uitgestuurd, waarin melding werd gemaakt van de volgende uitspraak van de Europese Commissie: ‘'Tijdelijke liften zijn geen liften in de zin van de definitie van de Richtlijn Liften”. Het gevolg hiervan is dat de Arbeidsinspectie de beslissing genomen heeft om de tijdelijke liften bij een gebouw onder het Warenwetbesluit machines te laten vallen. Wat betekent dat voor de betrokken fabrikanten, verhuurders/huurders en wat betekent dat voor de keuringen?
 

Een stukje geschiedenis

Onder het oude Liftenbesluit 1 was het alleen mogelijk een tijdelijke lift bij een gebouw te plaatsen met een ontheffing die verleend was door de Arbeidsinspectie. De voorwaarden in de ontheffing zorgden ervoor dat deze tijdelijke lift (ontwikkeld op basis van de personen-bouwlift) veilig gebruikt kan worden door de bewoners van het gebouw. De voorwaarden van de ontheffing zijn destijds door het Liftinstituut opgesteld in samenspraak met de Arbeidsinspectie. De norm die hierbij gehanteerd werd, was een document dat opgesteld was door de Arbeidsinspectie. Na het opstellen van de EN 12159, een Europese norm voor personen-bouwliften, werd de ontheffingstekst aangepast aan de nieuwe norm.

Invoering Warenwetbesluit liften

Met de invoering van het Warenwetbesluit liften heeft de overheid besloten niet langer ontheffingen te verlenen. Het gevolg was dat personen-bouwliften, en dus ook liften voor tijdelijke bijplaatsing bij gebouwen, aan de Richtlijn liften 95/16/EG moesten gaan voldoen. Qua veiligheid is dat natuurlijk een gigantische stap voorwaarts, maar wat betreft de praktische invulling lag dat wat moeilijker. Wat betreft de veiligheid voor de gebruikers was iedereen het erover eens om het niveau van de Richtlijn liften/EN 81-1 aan te houden. Er lag echter één probleem en dat was de vrije ruimte onder de kooi. Om de vrije ruimte te creëren is het, normaal gesproken, gebruikelijk een put te graven. Door de bestaande situatie op de straat zit niemand te wachten op graafwerkzaamheden. Er liggen vaak allerlei nutsvoorzieningen. Het alternatief is de lift op hoogte te laten beginnen en dus de schachtput op straatniveau neer te zetten. Het nadeel is dan dat het voor mindervaliden veel moeilijker wordt om van de lift gebruik te maken. Conform geboden toegang is een beperkte hoek toegestaan, wat dan al gauw resulteert in een oprit van de nodige meters. Door de plaatsing dichtbij het gebouw is dit praktisch ook niet wenselijk.

Richtlijn machines nu uitgangspunt

Zoals gezegd, heeft de Arbeidsinspectie op basis van de eerder genoemde uitspraak van de Europese Commissie, nu de beslissing genomen om de tijdelijke liften bij een gebouw onder het Warenwetbesluit machines te laten vallen. Dit heeft voor de fabrikanten wat meer ruimte gecreëerd bij het zoeken naar gelijkwaardige oplossingen voor wat betreft de vrije ruimte onder de kooi. Dit om de toegankelijkheid van de lift voor mindervaliden te verbeteren en de toegang naar de liftkooi zo dicht mogelijk bij het straatniveau te kunnen brengen.

De keuringen

Ingebruikname- en periodieke keuringen door een onafhankelijke keuringsinstantie zijn niet meer verplicht. De opstellingsinspectie en de periodieke inspecties mogen door elke deskundige worden uitgevoerd. De fabrikanten hebben aangegeven vanuit eigen verantwoordelijkheid en vanuit de wensen van afnemers deze keuringen echter ook in de toekomst bij daarvoor aangewezen keuringsinstanties onder te brengen. Omdat deze liften vallen onder de groep met een verhoogd risico (bijlage 4 Installaties) blijft een typekeuring door een Notified Body wel verplicht.