Colleges van deskundigen Liftinstituut samengevoegd

Eén van de eisen die in het kader van de accreditatienormen, getoetst wordt door de Raad voor Accreditatie bij het Liftinstituut is dat colleges van deskundigen gevormd worden binnen de werkgebieden waarin het Liftinstituut actief is. Twee van deze colleges, de colleges ‘Gevelonderhoud’ en ‘Machines’, zijn in 2012 samengevoegd.

Carl van den Einden, productmanager machines bij het Liftinstituut, legt uit dat het belangrijk is dat je als keuringsinstantie voldoende feeling met de markt hebt. “De colleges van deskundigen vervullen daarbij een belangrijke rol. Een aantal colleges van deskundigen is onderdeel van het wettelijk verplichte keuringsregime. Voor liften is dit bijvoorbeeld het Centraal College van Deskundigen ‘liften’ (CCvD-L) en voor personenbouwliften is dit het Centraal College van Deskundigen voor Verticaal Transport."

 

Doel colleges

Het College van Deskundigen Machines is door het Liftinstituut ingesteld ter signalering van ‘conflicts of interest’ betreffende de onpartijdigheid en onafhankelijkheid, op operationeel gebied. En dus niet op financieel gebied. En als adviesorgaan, ten behoeve van het functioneren van de certificering binnen de verschillende werkvelden.

Werkveld uitgebreid

Van den Einden licht toe: “We hebben niet alleen twee colleges samengevoegd tot één nieuw college ‘Machines’. We hebben het werkveld ook wat uitgebreid. Het samengevoegde college houdt zich bezig met arbeidsmiddelen als installaties die vrij beschikbaar zijn voor gebruik. Daaronder vallen dus roltrappen en rolpaden, maar ook gevelonderhoudsinstallaties en goederen- en platformliften.”

Kennisuitwisseling

Jos Scheffelaar, technisch manager van de afdeling Terminal Real Estate bij Amsterdam Airport Schiphol, geeft als lid van het college ‘Machines’ aan dat hierin niet alleen kennis wordt uitgewisseld met het Liftinstituut, maar ook tussen de verschillende deelnemers. Dit is voor hem een belangrijke motivatie om zitting te hebben in dit college. “Juist omdat de overheid niet direct bij keuringen van deze installaties betrokken is, is dit college belangrijk. Anders zou er niets zijn en is het Liftinstituut op zichzelf aangewezen. Wij als collegeleden leren daarbij ook veel van elkaar.”

Overeenkomsten en verschillen

Joop Lakeman, directeur van Lakeman Liften en voorzitter van de NLB, is ook lid van dit college en heeft tevens zitting in het College van Deskundigen-Liften. Hij constateert dat de problematiek waarover wordt gesproken, of het nu roltrappen of platformliften zijn, veel parallellen vertoont. “Omdat ik uit de liftenbranche kom, is het heel zinvol om de overeenkomsten, maar ook om de verschillen tussen de diverse werkvelden en de werkwijzen van beide colleges te zien.”

Betrokken

Titus Buiting, constructeur bij Ergo-Lift, ziet ook zeker de meerwaarde van het college in. “Alle collegeleden zijn sterk betrokken bij dit vakgebied”, legt hij uit. “Met elkaar bespreken we problemen en als college hebben we ook een belangrijke signaalfunctie.”

Inbreng gebruiker

“Ook de inbreng van de gebruiker is heel belangrijk”, vindt collegelid Wim den Boer, technisch manager bij Ballast Nedam. “Vanuit dat oogpunt zou het mooi zijn als ook de gebruikers van bijvoorbeeld arbeidsmiddelen, zoals gevelonderhoudinstallaties, in het college vertegenwoordigd zouden zijn. Hopelijk kunnen we hierin binnenkort voorzien.’’