Kennis is grote kracht van het Liftinstituut

Bas Mulder, sinds 1 januari 2012 algemeen directeur van het Liftinstituut, geeft in dit interview onder meer aan wat zijn plannen zijn en waarom hij het belangrijk vindt om nog vóór het eind van 2012 zoveel mogelijk relaties te bezoeken.

“We werken nu vanuit een directieteam”, geeft Mulder aan. Hierin zijn de rollen duidelijk verdeeld. “De andere twee directieleden zijn Marco Waagmeester en John van Vliet. Waagmeester is verantwoordelijk voor Marketing & Sales en de businessunit Inspecties in Nederland. Van Vliet is dat voor alle technische zaken en leidt de afdeling Business Development. Ik zelf ben het ‘bindmiddel’ voor andere, meer algemene zaken en geef leiding aan de businessunits Solutions en Certificatie. We vullen elkaar heel goed aan en dat is onze kracht. Met zes ogen en zes oren zien en horen we toch meer. Daarnaast kunnen we de taken zo beter verdelen. Maar ik blijf natuurlijk wel eindverantwoordelijk voor alles wat er gebeurt.’’

Goed bekend met organisatie en klanten

Mulder vervulde hiervóór verschillende managementfuncties bij het Liftinstituut. Op de vraag of dit een voor- of nadeel is in zijn nieuwe functie, antwoordt hij: “Een voordeel is dat ik de organisatie en klanten van het Liftinstituut al goed ken. Daardoor kan ik sneller handelen dan iemand ‘van buiten’ die had moeten worden ingewerkt. Een nadeel is dat ik mogelijk wat minder ‘fris’ tegen bepaalde vraagstukken aankijk.’’

Focus blijft gelijk

Het is niet zo dat er door zijn aantreden of door het nieuwe directieteam meteen sprake is van een geheel andere marktbenadering. Mulder vindt dat ook logisch: “Alle directieleden waren ook in het verleden al betrokken bij het opstellen van de strategische plannen, steeds weer met het doel de klant centraal te stellen. Deze focus blijft gelijk. Om nog beter te weten wat er in de markt speelt en wat de behoeften van onze klanten zijn, willen we als directieteam wel veel meer naar buiten gaan dan in het verleden. Ons streven is om heel veel relaties, dus gebouweigenaren, beheerders en liftenfirma’s, vóór het eind van het jaar te bezoeken. We maken hier bewust een aantal dagen per week voor vrij.’’

Opvallende zaken bij bezoeken

Tijdens de bezoeken aan liftenbedrijven valt op dat er nog weinig reden tot blijdschap is over de ontwikkelingen in de nieuwbouw. Wel is er sprake van optimisme over de modernisering- en reparatiemarkt. Mulder licht toe: “Van de stagnatie in de nieuwbouw en de moeilijkheden met het verhuren van panden hebben niet alleen gebouweigenaren en beheerders last, maar iedereen die in de keten zit. De recessie biedt echter wel mogelijkheden voor modernisering en reparatie, waarbij de levensduur van gebouwen en installaties wordt verlengd. De servicemarkt is stabiel, maar staat wel onder (prijs)druk, wat kan leiden tot een slechtere kwaliteit van de service. Daar zijn we als Liftinstituut natuurlijk niet blij mee.’’ Ook opvallend bij de gesprekken is dat als deze direct met directieleden of technisch managers plaatsvinden, de inhoud van de dienstverlening van het Liftinstituut meer centraal staat dan bij gesprekken met inkopers. “De laatsten zijn, wat logisch is, toch vaak meer op prijs gericht. De vraag is echter of dit goed is voor de langere termijn.’’

Kennis is grootste kracht

De kracht van het Liftinstituut ligt volgens hem vooral in de enorme kennis die in huis is. “Klanten maken hier graag gebruik van. Zo worden we regelmatig uitgenodigd in research & development centers van de grote liftenfirma’s om onze kennis te delen bij de ontwikkeling van producten en bij productcertificering. Op die manier zijn we ook vanaf het begin betrokken bij innovatieve technische ontwikkelingen. We delen die kennis intern via het continu informeren en bijscholen van inspecteurs. Daar plukken onze relaties de vruchten van.’’

Onafhankelijkheid voorop

“De onafhankelijkheid van het Liftinstituut als keuringsinstantie blijft uitgangspunt van ons handelen’’, stelt Mulder. Hij verwijst hiervoor naar het eerder uitgebrachte rapport van de Inspectie SZW over dit onderwerp. “Maar de keuze voor het al dan niet zélf inschakelen van een keuringsinstantie door de eigenaar of beheerder ligt uiteindelijk bij hén. Bij onze bezoeken aan klanten benadrukken onze accountmanagers en wij als directieleden natuurlijk wel steeds dat die onafhankelijkheid het beste geborgd is als gebouweigenaren of beheerders zélf de keuringsinstantie kiezen en dit niet laten doen door de lift-onderhoudsfirma.’’

Introductie VIP-keuring

Op de vraag of er nog nieuwe vormen van dienstverlening te verwachten zijn van het Liftinstituut, geeft Mulder aan: “Een belangrijke nieuwe ontwikkeling is de introductie van de VIP-keuring. Daarbij regelen we alles rondom de keuringen voor onze relaties. Voor hen een hele zorg minder. We beoordelen desgewenst ook de staat van onderhoud. Onze verwachtingen van deze vorm van dienstverlening zijn hoog, want er is veel behoefte aan. Steeds meer eigenaren willen namelijk graag een beeld van de kwaliteit van het onderhoud hebben. Daar helpen we graag bij.’’