Liftinstituut weer vertegenwoordigd in internationale normcommissies

Sinds 1 november 2012 combineert Schaareman namelijk zijn taken als medewerker bij de afdeling Certificatie met de functie als productmanager Codes & Standards. Het deelnemen aan (inter)nationaal normoverleg maakt hier deel vanuit.

Schaareman is al sinds 1999 betrokken bij verschillende internationale werkgroepen op normgebied, dus het deelnemen aan internationaal normoverleg is voor hem niet nieuw. Wat wél anders wordt, is dat hij namens het Liftinstituut ook gaat deelnemen aan de belangrijkste twee internationale normcommissies: CEN TC 10 en ISO TC 178. Hierin worden respectievelijk normontwikkelingen op Europees en wereldwijd niveau besproken en worden ook internationale normen vastgesteld.

 

Doel

Hij licht toe waarom dit van belang is: “Sinds het vertrek van mijn voorganger, Frank Tegel, was het Liftinstituut niet meer in deze twee commissies vertegenwoordigd. We kregen sindsdien indirect informatie hierover. Nu kunnen we weer zelf deelnemen aan discussies in deze commissies en zo de besluitvorming sturen. Daarnaast zijn we zo direct op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen en kunnen ook zélf zaken eerder signaleren en op de agenda zetten. Dit is ook van belang voor de uitstraling van onze kennis naar de markt toe. Hierdoor blijven we één van de belangrijkere spelers op het gebied van wereldwijde certificatie voor verticaal transport. Commercieel gezien, moeten we deze opgedane kennis ook ombuigen tot opdrachten en daar is gelukkig ook sprake van."

Meerwaarde voor onze klanten

Een meerwaarde van deelname van het Liftinstituut aan overleggen als CEN TC 10 en ISO TC 178 is volgens Schaareman ook dat op die manier geborgd wordt dat er vanuit de notified bodies (NoBo’s, internationaal actieve keuringsinstanties) weer inbreng hierin is. “Nu bestaan de CEN TC 10 en ISO TC 178 nog voornamelijk uit vertegenwoordigers van liftenfirma’s, die niet alleen belang hechten aan veiligheid, maar ook een commercieel belang kunnen hebben. We zijn als Liftinstituut één van de weinige onafhankelijke NoBo’s die meepraten en bewaken daarnaast vooral de veiligheidsaspecten.’’ Hij is blij dat met de deelname van het Liftinstituut aan deze commissies ook is gegarandeerd dat de kennis over normontwikkelingen behouden blijft en aangevuld wordt. “Het is goed dat hier continuïteit in is.’’

Drijfveren

Gevraagd naar zijn persoonlijke drijfveren om aanwezig te zijn bij deze en andere normoverleggen, is zijn antwoord: “Sinds de invoering van de Richtlijn liften is er veel veranderd op normgebied. Toen is mijn interesse in ontwikkelingen rond normen ontstaan. Ik vind het belangrijk om hier goed van op de hoogte te blijven en lever graag ook vanuit de praktijk mijn bijdrage aan het verder ontwikkelen van normen. Daarnaast vind ik het belangrijk om gevolgen van bepaalde besluiten over normen te delen met collega’s en met klanten. Ook zíj moeten immers weten wat die gevolgen voor hen betekenen. Daar ga ik me de komende tijd ook zeker voor inzetten. Het blijft dus niet alleen bij het bijwonen van vergaderingen en me verdiepen in vergaderstukken en normen. Wat besproken is ga ik delen en ik ga er ook actief opvolging aan geven.’’

Goed te combineren

Schaareman denkt dat zijn nieuwe activiteiten goed te combineren zullen zijn met zijn werkzaamheden voor de BUC (de businessunit Certificering). “Het werk voor de BUC kan ik over het algemeen flexibel indelen, dus dat is een voordeel."

Ook anderen namens Liftinstituut betrokken bij normoverleggen

Schaareman is niet de enige die namens het Liftinstituut deelneemt aan normalisatie-overleg. Ook zijn collega’s Willem Kasteleijn, Carl van den Einden, André van den Burg, Robert Kaspersma, Roy Bahadour en Wietze Visser nemen hieraan deel.