Liftinstituut-workshop ‘liftrenovaties’ zet iedereen op scherp

Ruim 150 gebouw- en lifteigenaren volgden begin 2013 de workshop ‘Aandachtspunten bij liftrenovaties’ in Expo Houten. Een voorlichtingsmiddag over zorgplicht, wettelijke eisen, liftbeveiliging en tijdelijke oplossingen bij liftrenovatie. Pakkende praktijkvoorbeelden maakten de aanwezigen weer extra scherp.

De workshop was een initiatief van het Liftinstituut, in samenwerking met Reco Special Products B.V en Elseco B.V. Bas Mulder, algemeen directeur van het Liftinstituut: “Ik ben enorm trots op de hoge opkomst; we hebben zelfs een tweede bijeenkomst georganiseerd op 22 januari door de grote hoeveelheid aanmeldingen.” Mulder trapte de middag af met een hilarisch, maar alleszeggend, filmpje uit de oude doos. Het filmpje liet zien hoe het gedrag van liftgebruikers beïnvloed wordt door omgevingsfactoren, zoals andere liftbezoekers. Hij vertelde verder dat uit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Liftinstituut, blijkt dat 42% van de gebruikers vindt dat goed gedrag in de lift aangeleerd moet worden. Niet ieder gedrag wordt geaccepteerd; 45% van de Nederlanders vindt luidruchtige mensen in de lift hinderlijk.

Hallo? Hoort iemand mij?

We blijven nog even in de cijfers, want het blijkt dat 79% een defecte lift als zeer hinderlijk ervaart. Bevindt de liftgebruiker zich al in de lift en raakt deze defect, dan blijkt zo’n 72% toch echt niet blij te worden wanneer de spreek-/luisterverbinding (SLV) niet functioneert of de alarmbel het niet doet. Want 76% van de liften is voorzien van zo’n SLV, in 24% zit dus alleen een bel. Maar is er niemand meer in het gebouw, dan kun je bellen wat je wilt, maar niemand die je hoort. Toch lijkt het alsof deze percentages bijna als acceptabel worden beschouwd. Wanneer Harmen van Steenis, directeur van Elseco, namelijk aan het publiek de vraag stelt ‘Weet u welk percentage lifttelefoons níet functioneert?’ wordt er 30, 40, zelfs 60% genoemd. “Ik kan bijna niet geloven dat deze percentages worden genoemd”, zegt Van Steenis verbaasd. “U als eigenaar bent immers verantwoordelijk voor een goed werkende en veilige lift!” Het is niet Van Steenis’ bedoeling een angstcultuur te creëren, maar met zijn collage krantenknipsels vol meldingen van mensen die uren, soms zelfs dagen vastzaten in liften en onopgemerkt bleven door niet-werkende installaties, wordt iedereen wel weer even wakker geschud.

Ja, wij horen u!

Basis als het gaat om regelgeving is de EN 81-1/-2. Daarin staat dat een liftgebruiker te allen tijde alarm moet kunnen slaan. Aanvullend is de EN 81-28 beschikbaar. Deze norm wordt veelvuldig toegepast, hoewel dat (nog) niet verplicht is. Ook meldt deze norm dat de SLV iedere drie dagen een test moet ondergaan. Elseco B.V. hanteert deze normen. Bert Rijs, bedrijfsleider: “Wanneer bij een liftrenovatie blijkt dat de lift alleen een alarmbel bevat, dan vervangen wij die met een SLV. Onmisbaar vinden wij. Nog meer onmisbaar is een SLV die het ook dóet! Wij testen daarom iedere drie dagen, op afstand, of het systeem nog steeds werkt. Ook wanneer de stroom uitvalt. Dus een goed werkende back-up accu is net zo belangrijk.”

Van Steenis vult aan: “Er is vaak onwetendheid bij lifteigenaren. Dan krijgen ze een rekening van bijvoorbeeld de KPN van een voor hen onbekend telefoonnummer met ook nog eens nul gesprekskosten. Wanneer het nummer wordt gebeld, neemt niemand op. Afsluiten dus. We gaan natuurlijk niet betalen voor een telefoonnummer dat we niet gebruiken, of waarvan we überhaupt weten waar die voor dient! Totdat blijkt dat dit het nummer van de lift is. Te laat. Nu heeft de buurman al uren vastgezeten in de lift… met een dode lijn.” Het zou toch fijn zijn als de 27% van de 11 miljoen liftgebruikers in Nederland die toch wel eens nadenkt over ‘Wat nou als ik vast kom te zitten in de lift…’ zich geen zorgen meer hoeft te maken, omdat hulp met slechts een telefoontje onderweg is.

De aansprakelijkheid van de gebouweigenaar

En als er wat mis gaat, in hoeverre is de gebouweigenaar dan aansprakelijk? Een lastig onderwerp, waar veel (wettelijke) eisen aan verbonden zijn. Michael Gerrits, advocaat intellectueel eigendom, (Europese) productregelgeving & aansprakelijkheid bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten opent zijn presentatie met een bekend beeld: een foto van een scene uit de film ‘De Lift’ waarbij de acteur hangend in een open liftschacht zichzelf probeert te redden. “Gelukkig zijn de liften in de jaren een stuk veiliger geworden. Maar, ongelukken gebeuren er nog steeds. Het is daarom belangrijk dat iedere lifteigenaar zich realiseert dat er bepaalde wetten en eisen zijn betreffende de aansprakelijkheid van lifteigenaren.”

Al gauw blijkt dat een eenvoudige uiteenzetting van de wetten, regels en eisen niet in een paar sheets te omvatten is. We halen er één uit: artikel 6:174 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek: ‘De bezitter van een opstal die gebrekkig is en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk.’ Dit artikel vestigt zich dus op de risicoaansprakelijkheid van de bezitter van een opstal. Oké, even taaie materie, maar wel belangrijk. Met de bezitter wordt de gebouweigenaar bedoeld, met opstal het gebouw, inclusief de lift. Maar, wanneer is iets gebrekkig? Gebrekkig is het als het niet aan de eisen voldoet die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Dus, in dit geval: als de lift niet de veiligheid biedt, die de gebruiker mag verwachten. En daar komt de zorgplicht van de bezitter om de hoek kijken. Die moet er namelijk voor zorgen dat gevaar wordt afgewend. Hoe, is weer afhankelijk van de omstandigheden zoals de wettelijke plicht, het (te verwachten) risico, de te verwachten gemiddelde bezoeker en de voorzorgsmaatregelen.

Roltrapcase

Gerrits probeert het met een voorbeeld te verduidelijken. Het voorbeeld is met een roltrap, waarvoor net zulke veiligheidsregels gelden als voor een lift. “Ik richt me met dit voorbeeld op de (te verwachten) risico’s. De roltrap in een warenhuis was net vervangen. Een kind met een plastic regenjas speelde op de roltrap. Ze wordt meegenomen door de leuningband, die aan haar jas kleeft en komt aan het einde van de roltrap, waar de band verdwijnt in het frame, met haar mouw vastgeplakt te zitten. Ze raakt gewond. De roltrapeigenaar beroept zich op het feit dat de roltrap was goedgekeurd en voldeed aan de wettelijke eisen. Hij vond daarom dat hij niet aansprakelijk kon worden gesteld. Helaas, de rechter besloot anders. Zij vond dat hij door het nemen van minimale aanpassingen dit incident had kunnen voorkomen.”

SNEL

Er zijn 74 risico’s te benoemen als het om bestaande liften gaat. Een groot deel van deze risico’s is in Nederland, in relatie tot andere landen, al afgedekt door de destijds al verplichte Nederlandse norm NEN-EN 1081. Ook de VOK-oplossingen (arbo) hebben deels invulling gegeven aan de genoemde risico’s. Is het nemen van voorzorgsmaatregelen tegen al deze 74 risico’s noodzakelijk? Willem Kasteleijn, productmanager Liften bij het Liftinstituut verduidelijkt: “Wanneer u eigenaar bent van een lift, zult u om aansprakelijkheid te voorkomen, een goede invulling moeten geven aan uw zorgplicht. Bepaal daarom of u uw huidige veiligheidsniveau nog wilt en kunt handhaven, gezien de huidige omstandigheden. Zijn bijvoorbeeld de gebruikers veranderd, zoals meer kinderen of meer mensen met een beperking, of is de gebruiksfrequentie veranderd? De SNEL-norm omvat ook de tien Europese aanbevelingen om de veiligheid van bestaande liften te upgraden. SNEL (Safety Norm Existing Lifts) is geen wet in Nederland, maar een hulpmiddel bij de invulling van de zorgplicht.” Het Liftinstituut heeft een top 6 samengesteld van (overgebleven) risico’s voor de Nederlandse markt, en Eurlicon heeft de kosten (bij benadering, uitzonderingen daargelaten) inzichtelijk gebracht (zie de top 6 hierboven).

Top 6 verbeteringen bestaande liften

1. Kooiafsluiting: € 6.000,-
2. Geregelde aandrijving: € 16.000,-
3. Spreek-luisterverbinding: € 850,-
4. Knelbeveiliging deuren: € 1.400,-
5. Noodverlichting kooi: € 400,-
6. Vang-/snelheidsbegrenzer: € 6.000,-.

In hoeverre wordt aan deze risicoverlaging voldaan door de liftbezitters? Kasteleijn: “Het is eigenlijk wel redelijk goed gesteld. Redelijk goed, want eigenlijk alles wat nog geen 100% is, kan dus verbeterd worden. Maar, we kunnen stellen dat een groot deel van de Nederlandse liften voldoet aan de hoogste veiligheidseisen! De 24% van de Nederlandse liftgebruikers die het toch wel een beetje eng vindt om in een lift te gaan, kan met een gerust hart instappen!”

In de noodlift door renovatie

Tot nu toe hebben we het alleen gehad over de consequenties van een liftrenovatie voor de gebouw- en lifteigenaren en voor de lift. Maar, wat zijn de consequenties voor de liftgebruiker? Het is immers voor de liftgebruiker dat we veiligheid zo hoog in het vaandel hebben staan. En, het is ook de liftgebruiker die genoegen moet nemen met de ongemakken die een liftrenovatie met zich meebrengt. Een tijdelijk vervangende lift kan het ongemak flink reduceren. Robert van der Bruggen, werkzaam voor Reco Special Products: “Wij zijn inmiddels gespecialiseerd in het leveren van tijdelijk verticaal personentransport. Een noodlift is niet alleen regelmatig noodzakelijk wanneer de bestaande liften gerenoveerd worden. Ook wanneer bijvoorbeeld een lift is uitgebrand en er een nieuwe lift moet worden geïnstalleerd, biedt een noodlift een tijdelijke oplossing.”

Natuurlijk heb je niet altijd een vervangende lift nodig wanneer de huidige lift gerenoveerd wordt, zeker niet als de renovatie slechts van korte duur is. Echter, vergt de renovatie meerdere dagen of zelfs weken, dan zal er toch echt bepaald moeten worden of een noodlift wenselijk is voor de bewoners. Ronald Scholtus van SCW Woningcorporatie uit Tiel en deelnemer aan de workshop heeft met deze afweging ervaring: “Onze flat heeft vijftig bewoners. Toen de lift gerenoveerd moest worden, wat gepaard zou gaan met enkele dagen stilzetten van de lift, hebben wij alle bewoners geïnformeerd en de consequenties voor hen in kaart gebracht. Het bleek dat uiteindelijk één bewoner echt afhankelijk was van de lift. We hebben toen nog overwogen om een traplift te installeren, maar hiervoor bleek het bordes te klein. We hebben ook nog deze bewoner een vakantie aangeboden op Centerparcs waar ze aangepaste woningen hebben, maar dat wilde de bewoner niet. Toen hebben we moreel gekozen voor tijdelijk verticaal personentransport van Reco. We zijn achteraf heel blij met deze beslissing. Alle bewoners hebben nauwelijks last ondervonden van de renovatiewerkzaamheden.”

Plan van aanpak liftrenovaties

In dit artikel zijn al meerdere voorbeelden geschetst van redenen waarom renovatie van uw lift zo belangrijk is. Maar, hoe pak je dat nou aan? Wanneer bepaal je dat renovatie echt noodzakelijk is? Imro Garcia, manager van adviesbureau Eurlicon, hield hier een duo-presentatie over, samen met collega Joost Denneman: “Bepaal allereerst of het technisch noodzakelijk is en of er risico’s zijn die weggenomen moeten worden, zoals veiligheidsrisico’s en betrouwbaarheidsrisico’s. Bekijk dan of er essentiële eisen zijn van gebruikers waaraan je dient te voldoen, en zijn er wellicht esthetische eisen? Vervolgens is natuurlijk het beschikbare budget belangrijk en dus ook de kosten die de renovatie met zich mee brengt. Evenzo belangrijk is de duur van de renovatie. En, uiteindelijk, de keuze bij welk bedrijf de renovatie wordt ondergebracht.” Hij behandelde een stappenplan voor liftrenovaties (zie de kadertekst hieronder, redactie).

15-stappenplan

1. Bepalen of de renovatie nodig en mogelijk is
2. Bepalen van de omvang van de renovatie
3. Opstellen van een renovatiebestek, inclusief vervangend vervoer
4. Selecteren van de aanbieders
5. Aanvragen van offertes
6. Laten schouwen van de lift door de aanbieders
7. Beoordelen van de offertes, op basis van vooraf geformuleerde criteria
8. Verstrekken van de opdracht
9. Informeren van de liftgebruikers dat er wat gaat gebeuren
10. Kick-off van de uitvoering
11. Bepalen van de definitieve planning
12. Informeren van de liftgebruikers over deze planning
13. Verrichten van tussentijdse bouwinspecties
14. Organiseren van de oplevering en keuring
15. Van te voren bepalen hoe het onderhoud na de renovatie geregeld moet zijn.

Contracten zonder kopzorgen

Woonzorg Nederland heeft inmiddels aardig wat ervaring met de samenwerking met onderhoudsfirma’s. Alie Idoe, beleidsmedewerker Woonzorg Nederland: “Wij weten als geen ander dat een lift geen luxe is, maar een primaire behoefte voor onze doelgroep van senioren en mensen met een beperking. Wij hebben 900 liftinstallaties in eigen beheer. Goed onderhoud van onze liften is een verantwoorde investering. Voor ons is het dan ook erg belangrijk dat de samenwerking met de werknemers van de onderhoudsfirma goed verloopt. Daarom stellen wij zelf de onderhoudscontracten op en laten wij jaarlijkse onderhoudschecks uitvoeren door Eurlicon. Door deze direct met de onderhoudsfirma’s te bespreken, houden wij de lijnen kort. We zijn misschien streng, maar wij merken dat de communicatie onderling flink is verbeterd. Het kostte in het begin tijd om alles op de rit te zetten en meer grip te krijgen op het onderhoud, maar dat was het waard. We willen niet dat dit ons kopzorgen geeft en dat is nu ook niet het geval!”

De renovatie van uw lift heeft heel wat voeten in de aarde. De beslissing om daadwerkelijk te renoveren, is afhankelijk van de technische staat van de lift, van de staat van onderhoud en de betrouwbaarheid, maar ook van de verschillende (wettelijke) eisen en huidige stand van techniek. Tot slot moet er ook voldoende budget zijn en consensus binnen alle betrokkenen. De renovatie zelf heeft consequenties voor verschillende partijen, met in het bijzonder de gebruiker. Een renovatie gaat namelijk niet alleen om een technische verbetering van uw lift: het gaat ook om een verbetering van de veiligheid van de liftgebruikers. En veiligheid staat nog steeds boven alles.

Reacties van deelnemers

De heer E. Louwes, clustermanager bij Twinta: “Ik ben pas sinds oktober 2012 werkzaam voor Twinta en veel in deze functie is voor mij nog nieuw. Ik ben niet goed bekend met de regelgeving omtrent risico’s en met de SNEL-norm. Wat me wel verbaast is dat de rechter uiteindelijk toch kan bepalen dat je aansprakelijk bent. Heel leerzaam dus deze middag!”
De heer K.H. Mulder, contractbeheerder Home Team. “Een interessante agenda vandaag! Ik heb me dan ook gelijk opgegeven. Vooral de presentatie van Woonzorg Nederland sprak mij aan. Zij pakken het aan, zoals wij dat ook doen.”