34 liftputten VUmc onder water: minimaal 450.000 euro schade

Op 8 september 2015 sprong een waterleiding in de omgeving van het VUmc in Amsterdam. Dit zorgde niet alleen voor veel wateroverlast bij dit ziekenhuis, maar ook voor hoge kosten. Ook de liften werden getroffen.
Wateroverlast VUmc

In totaal schat Harry Krikke, teamhoofd Beheer en Onderhoud bij het VUmc, dat de schade die aan de liften ontstond, zo’n 450.000 tot 500.000 euro is geweest: in materieel opzicht en door de extra inzet van mankracht. De totale waterschade aan het ziekenhuis bedroeg zo’n 50 miljoen euro, inclusief inkomstenderving. “Maar gelukkig is het VUMC goed verzekerd." Niet alleen de liften, maar alle centrale installaties, zoals de watervoorzieningen, luchtbehandeling, verwarming en stoom, lagen namelijk ‘plat’ door uitval van elektriciteit en besturingen van installaties. “Het was een catastrofe", aldus Krikke. “Een geluk bij een ongeluk is dat we verschillende gebouwen hebben. Alleen de installaties in het ziekenhuisgebouw zijn getroffen en twee weken uit de lucht geweest."

Alle kelders onder water
In totaal ging het bij de liften om 34 stuks: ongeveer een derde van het totaal. Krikke: “Deze hebben stopplaatsen in de kelder, op niveau -1 en -2, en op de begane grond. Door het springen van de waterleiding kwamen alle kelders onder water te staan, dus ook de onderste twee stopplaatsen van de liften die naar de kelder gingen. Daardoor ontstond kortsluiting in de stuurstroomcircuits en schachtverlichting. Desgevraagd geeft Krikke aan dat de machinekamers van de liften zich, op één na, niet in de kelder bevinden. “Die zijn allemaal boven in het gebouw.’’

Grootste probleem
Het grootste probleem was dat door de uitval van de liften geen transport mogelijk was van bedlegerige patiënten (met name die op de intensive care). De Raad van Bestuur van het VUMC had namelijk besloten om alle patiënten te evacueren, omdat geen goede zorg meer kon worden gegarandeerd. Er moest dus snel een oplossing hiervoor worden gevonden. Binnen een half uur waren zes liftmonteurs van OTIS en Schindler, de liftenfirma’s die de meeste liften onderhouden in het VUmc, ter plekke. Krikke: “Besloten werd toen om alleen liften voor bedlegerige patiënten, waarin zowel bedden als brancards passen, weer - al was het provisorisch - ‘aan de gang’ te krijgen. De andere uitgeschakelde liften hebben we toen dus bewust gelaten voor wat ze waren, omdat de valide mensen in het gebouw wél met de trap naar beneden konden."

Handmatig tornen
Hij vervolgt: “De aanwezige monteurs hebben – samen met een aantal van onze eigen medewerkers die hiervoor zijn opgeleid – als noodoplossing twee bedden-/brancardliften elektrisch getornd en handmatig van beneden naar boven en vice-versa bediend. Dat duurde echter erg lang en was slechts een druppel op een gloeiende plaat, omdat honderden mensen moesten worden geëvacueerd. Ze zijn wel doorgegaan hiermee, want alle beetjes hielpen, maar die avond hebben ook inmiddels aangetreden mariniers met speciale brancards bedlegerige patiënten over de trappen naar beneden getransporteerd. En toen ging het een stuk sneller."

Maatregelen achteraf
Nadat alle patiënten geëvacueerd waren, is bij alle getroffen liften opgenomen wat was beschadigd. Voornamelijk betrof dit enkele besturingsprinten en beveiligingen. Ook is toen gekeken naar wat op langere termijn kapot zou kunnen gaan door de wateroverlast. Hierbij ging het om de snelheidsbegrenzerkabel, hydraulische buffers, noodeindschakelaars, putschakelaar en putarmaturen, een besturing en een frequentieregeling. “We hebben toen besloten om ook de hydraulische buffers, de kabels van de snelheidsbegrenzers en de putverlichting te vernieuwen."

a het vervangen van de onderdelen die nat waren geweest, waren de liften binnen anderhalve week weer ‘up and running’. De andere, minder urgente onderdelen zijn een maand later vervangen. Krikke liet alle 34 getroffen liften na de reparaties ook weer keuren, door het Liftinstituut. “Gelukkig kregen ze allemaal weer een Certificaat van Goedkeuring."

Op zoek naar een oplossing
“Zo’n ramp als dit is natuurlijk uitzonderlijk en komt misschien eens in de duizend jaar voor", stelt Krikke. “Hiervóór hadden we er nooit bij stilgestaan dat dit zou kunnen gebeuren, maar we werden in één keer ‘wakker geschud’ en hebben gemerkt hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn. Inmiddels denken we samen met één van de liftenfirma’s na over hoe we, binnen de wettelijke kaders, in de toekomst kunnen voorkómen dat bedlegerige patiënten niet meer met liften kunnen worden getransporteerd. We kijken daarbij ook naar oplossingen om de liften blijvend te laten functioneren. Misschien is bijvoorbeeld een dubbele beveiliging mogelijk, ook op maaiveldniveau, zodat de liften bij wateroverlast in ieder geval stoppen op dat niveau en niet pas in de kelder."

Blij verrast over inzet
Terugkijkend is Krikke blij verrast door de grote inzet van zowel collega’s als externen (van de bouwkundig aannemer tot de installateurs) bij deze crisis. “Met elkaar zijn we, zeker vlak na de overstroming, dag en nacht bezig geweest om alle installaties weer in de lucht te krijgen." Hij noemt daarbij specifiek ook de projectleider liften binnen het VUmc, die tot taak had om de liften zo snel mogelijk weer veilig en bedienbaar te krijgen. Zelf was hij vooral een ‘spin in het web’, die contact hield met alle projectleiders van de verschillende installaties en die hen ook aanstuurde. “Om iedereen te bedanken die zich heeft ingezet voor de geboden hulp bij de wateroverlast en het weer herstellen van onze installaties, hebben we in november een receptie gehouden en geproost op de goede afloop."

Tips én een kanttekening
Gevraagd naar tips adviseert hij andere organisaties die veel mindervaliden huisvesten om tijdig na te denken over de mogelijke gevolgen van, en de te nemen maatregelen bij, het onder water lopen van liftputten. Ook geeft hij in overweging om alvast na te denken over het opzetten van een goede organisatie bij calamiteiten. “Wij werkten met een projectorganisatie, waarbij elke projectleider verantwoordelijk was voor een bepaald type installatie, waar nodig noodvoorzieningen regelde en de verschillende installateurs aanstuurde. Alle projectleiders rapporteerden naar één aanspreekpunt. Dat heeft in ons geval heel goed gewerkt en dat kan ik iedereen aanraden."

Daarnaast plaatst hij nog een kanttekening bij de wetgeving bij evacuatie: “Die is vooral gericht op valide mensen in gebouwen en dan is het niet zo’n punt als liften uitvallen, omdat zij ook trappen kunnen gebruiken. Maar wat doe je in een gebouw met veel mindervalide bewoners, die daartoe niet in staat zijn? Daar zou nog eens naar gekeken kunnen worden."