De lift: al heel lang een welkom transportmiddel

Personenliften zijn nu niet meer weg te denken uit de samenleving. Zij brengen ook de Nederlanders op hoogte. De eerste liften stammen uit de Romeinse tijd. Aangedreven door handkracht en met een beperkte hefhoogte.

Liften zorgen al lang voor verticaal transport van personen en goederen

Een lift is een niet verplaatsbaar werktuig voor het verticaal vervoer van personen en/of goederen. Hierbij wordt voor het betreden en het verlaten of het laden en lossen van de liftkooi de lift tot stilstand gebracht. De liftkooi verplaatst zich langs verticale geleidingen.

Primitieve vorm

Door de geschiedenis heen heeft men steeds weer geprobeerd mensen en goederen verticaal te verplaatsen, maar de toegepaste methodes waren niet altijd veilig. Een lift is niet van vandaag of gisteren, maar bestaat in primitieve vorm al vele eeuwen. Reeds in het oude Rome zouden liften zijn voorgekomen.

Er zijn o.a. resten gevonden van primitieve liften bij opgravingen op een van de zeven heuvels van Rome in de grond waarop de paleizen van de keizers Augustus en Tiberias hebben gestaan. Gevonden zijn lagers van leischijven, delen van leiderbevestigingen en gedeeltelijke schachten. Ook in de bodem van de amphitheaters, zoals het colosseum te Rome en in het theater te Trier zijn nog resten gevonden van eenvoudige liftvormen, onder andere een hijsgelegenheid waarmee wilde dieren in kooien naar luiken in de arenavloer werden getakeld.

Hijsblokken en hijsmasten

Beschrijvingen over liften uit die tijd komen praktisch niet voor. Vitruvius - een bekende bouwkundige - heeft ongeveer 25 jaar voor Christus in zijn boek Architectura wel hijsblokken en hijsmasten met takels beschreven. Echter geen liften.

Met de geboorte van de stad kwam de honger naar hoogte pas echt op gang. Voor de bouw van steeds grotere kastelen, kerken en schepen werkten slimme lieden onafgebroken aan de ontwikkeling van takels, kranen, contragewichten, katrollen en versnellingssystemen.

Behelpen

Maar de zeventiende-eeuwse stadshouders hadden dezelfde beperking als de Egyptische keizers: tillen met spier-, water-  en windkracht blijft behelpen. De uitvinding van de stoommotor door James Watts in 1769 maakte dan ook pas echt de weg vrij voor de moderne lift.

Hoewel de lift inmiddels een van de meest gebruikte openbare vervoersmiddelen is, waren de verticale forenzen ten tijde van de Industriële Revolutie vooral mijnwerkers. In op elkaar gestapelde liftkooien daalden arbeiders honderden meters af in donkere mijnschachten. In een van die mijnliften vond in 1995 het grootste liftongeluk uit de geschiedenis plaats. Een op hol geslagen trein in de Vaal Reefs Goudmijn (Zuid-Afrika) viel in een liftschacht, bovenop het dak van de lift. De lift maakte vervolgens een vrije val van een kleine vijfhonderd meter en werd bij de landing op 2.3 kilometer onder de grond gereduceerd tot een derde van zijn oorspronkelijk formaat. Hierbij vielen 105 doden.

Vangmechanisme van Otis

Toen in 1852 de Amerikaan Elia Otis het vangmechanisme uitvond en liften van een vanginrichting werden voorzien werd het verticale transport van een belangrijke veiligheidsinrichting voorzien waardoor de ontwikkeling van liften vrij baan kreeg. Otis had een systeem ontwikkeld waarbij de liftkooi bij een breuk van kabels werd vastgezet aan de leiders door een kleminrichting die hij vang noemde. Hij demonstreerde dat ook in de praktijk door zelf in een liftkooi te gaan staan en vervolgens de draagkabels te kappen. De lift kwam keurig tot stilstand en het publiek dat in grote getale was komen kijken bezorgde hem een enorme publiciteit.

In Nederland is de regelmatige toepassing van liften nog niet zo lang geleden begonnen, namelijk rond 1900. De eerste lift is vermoedelijk geplaatst in 1885. Het was een waterdruklift die gebouwd werd door de Nederlandse vestiging van het bedrijf Otis. Voor die tijd waren er uiteraard al andere vormen van hijswerktuigen aangetroffen, zoals de tredmolen voor het aandrijven van een hijskraan, o.a. in de St. Bavo-kerk in Haarlem.

Onveilige concurrentie

Uitgaande van het denkbeeld dat een lift niet meer was dan een bak met een touw, kon iedereen met weinig kennis en nog minder zelfkritiek ongecontroleerd liften fabriceren en dat gebeurde ook. Niet alleen kleinere en grotere machinefabrieken wierpen zich op deze nieuwe bron van winst maar ook machinisten en chefs van technische bedrijven voelden zich als echte doe-het-zelvers geroepen om een bijdrage te leveren aan de bouw van onveilige liften.

Waar de bonafide bedrijven zich steeds meer beijverden om liften veiliger te maken was het met de rest droevig gesteld. Onder meer ter beperking van die onveilige concurrentie werd in 1929 door een zevental firma's in Nederland de Nederlandse Vereniging voor Liftnijverheid opgericht.

Zij legden de basis voor de huidige liftenbranche door niet alleen aandacht te geven aan kostenaspecten, maar ook veiligheid een centrale rol te geven. Zij ontwikkelden het liftenconcept tot een betrouwbaar en veilig vervoermiddel dat steeds hoger wordende gebouwen uitstekend bereikbaar maakten.

Veiligheidsvoorschriften

In 1930 werd door de Nederlandse Vereniging voor Liftnijverheid een verzoek bij de toenmalige Arbeidsinspectie ingediend om veiligheidsvoorschriften voor liften samen te stellen. Als gevolg hiervan werd door de toenmalige minister van handel een commissie in het leven geroepen om veiligheidseisen voor personen en goederenliften op te stellen.

Deze commissie bracht in 1933 het rapport "Leidraad voor veiligheidsmaatregelen voor liften" uit. In dit rapport werden veiligheidseisen vastgelegd en werden aanbevelingen gedaan voor het in het leven roepen van een centrale controle instantie. Deze controle instantie zou door periodiek onderzoek de naleving van de opgestelde veiligheidseisen moeten controleren. Deze controle instantie werd op 7 juli 1933 geboren en "Stichting Nederlands Instituut voor Lifttechniek" genoemd. Het Liftinstituut was geboren.

Keuringsplicht

De gemeente Amsterdam nam het voortouw met het uitvaardigen van een keuringsplicht. Deze keuringsplicht is in 1956 landelijk ingevoerd doordat het Liftenbesluit 1 werd uitgevaardigd, als onderdeel op de Wet op de gevaarlijke werktuigen. De leidraad was inmiddels vervangen door de Nederlandse norm NEN 1081, de voorloper op de huidige Europese norm NEN-EN 81 1 en 2.

Inmiddels is de Liftregelgeving niet meer landelijk maar Europees geregeld. We praten dan over de Europese Richtlijn liften die in Nederland geïmplementeerd werd in het Besluit Liften. Inmiddels is dit Besluit liften opgegaan in het Warenwetbesluit liften. Hierdoor is vereenvoudiging van Nederlandse regelgeving ontstaan. Daarbij zijn de eisen wat aangescherpt omdat arbo verplichtingen (het creëren van een veilige werkplek voor monteur en inspecteur) direct onder de verantwoordelijkheid van de lifteigenaar is gebracht.

Veiliger dan traplopen

Heden ten dage behoort de lift tot de veiligste transportmiddelen. Verticaal transport door middel van een lift is dan ook veel veiliger dan traplopen.