Liftinstituut verwelkomt rapport SZW ‘Liftkeuringen onafhankelijk of niet?’, maar zet ook kanttekening

Het rapport ‘Liftkeuringen onafhankelijk of niet?’ wordt door Liftinstituut verwelkomd. Uit het rapport blijkt namelijk dat inspecteurs integer hun werk doen. Zij zijn zich bewust van het belang van hun onafhankelijke rol. Als grootste partij in deze markt is Liftinstituut trots op dit resultaat. Tegelijkertijd zet Liftinstituut ook vraagtekens bij een aantal conclusies.
Lodewijk Asscher, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Het rapport werd door de minister van SZW op 18 februari 2014 aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. Het wordt dit voorjaar in de Tweede Kamer besproken tijdens het AO (algemeen overleg) Arbeidsomstandigheden. Uit het rapport blijkt onder andere dat het niveau van de keurende instanties (CKI’s) in Nederland op het gebied van liften hoog is en dat de inspecteurs onafhankelijk hun werk kunnen doen.

Derde onderzoek
Inmiddels is dit het derde onderzoek naar de risico’s van het uitvoeren van keuringen in opdracht van onderhoudsfirma’s. In 2012 nog werd aangetoond dat verschillende CKI’s in de toekomst niet meer onafhankelijk kunnen opereren. Ook uit dit onderzoek wordt duidelijk dat, ondanks schriftelijke afspraken met de minister, de leveringsvoorwaarden van CKI’s worden verworpen bij contractering van CKI’s door een onderhoudsfirma. Het is goed te vernemen dat momenteel tijdens de keuringenpraktijk hoegenaamd geen sprake is van aantoonbare beïnvloeding. Maar blijft dat ook zo? Het beleid van overheidswege moet er daarom op gericht zijn om elk risico op belangenverstrengeling tussen onderhoudsfirma en keuringsinstantie te vermijden. Daarom is het nodig dat de eigenaar de keuringsinstantie kiest en dat dit niet door de onderhoudsfirma gebeurt.

Keuringsinstanties in toenemende mate afhankelijk
Uit het onderzoek komt helder naar voren dat er sprake is van een toenemende mate van afhankelijkheid van de meeste keuringsinstanties van keuringen die worden ingekocht door een onderhoudsfirma. Op basis van doorrekening van de verschillende marktaandelen constateert Liftinstituut dat vier CKI’s gezamenlijk voor meer dan 50% afhankelijk zijn van dergelijke constructies. Met de aloude wijsheid ‘wie betaalt die bepaalt’ in het achterhoofd is het een kwestie van tijd voordat deze afhankelijkheid ook in de praktijk tot problemen gaat leiden.

In strijd met accreditatienormen
Liftinstituut stelt in een reactie naar Inspectie SZW dat op basis van de nieuwe norm ISO/IEC 17020 (voor accreditatie van keuringsinstanties) een grootschalig contract met onderhoudsfirma’s niet kan, en doet een dringend beroep op de overheid om in te grijpen. De Inspectie SZW is echter van oordeel dat grootschalige contracten niet in strijd blijken met die norm als er voldoende waarborgen ten aanzien van onafhankelijkheid zijn.

De nieuwe norm ISO/IEC 17020 meldt in annex A:

  • b) The inspection body and its personnel shall not engage in any activities that may conflict with their independence of judgment and integrity in relation to their inspection activities. In particular, they shall not be engaged in the design, manufacture, supply, installation, purchase, ownership, use or maintenance of the items inspected.
  • d) The inspection body shall not be linked to a separate legal entity engaged in the design, manufacture, supply, installation, purchase, ownership, use or maintenance of the items inspected.
  • 4) The inspection body and its personnel shall not engage in any contractual commitments, or other means that may have an ability to influence the outcome of an inspection.

Samenwerking onder voorwaarden
Het Liftinstituut gelooft in samenwerking met onderhoudsfirma’s en ziet vergaande mogelijkheden om onderlinge processen te optimaliseren en de lifteigenaar te ontzorgen. De keuze voor een keurende instantie kan en mag echter alleen bij de eigenaar van de installatie liggen. En kan dus ook nooit worden gemaakt door de onderhoudsfirma over wiens functioneren een uitspraak wordt gedaan op basis van diezelfde keuring, die daar bovendien een economisch belang bij kan hebben.