Alleen certificaat voor gevelinstallatie als toegangsweg veilig is

Certificering van gevelonderhouds-installaties vindt alleen plaats als naast de installatie zelf, ook de toegangsweg veilig is. Conform de bepalingen uit het Document Gevelonderhoud. Het gebeurt in de praktijk echter nogal eens dat de installatie zélf aan alle eisen voldoet, maar dat de toegangsweg niet veilig is.

Afkeuring is het gevolg en de aannemer weigert dan soms te betalen, omdat aan een belangrijke bestekseis (certificering door het Liftinstituut) niet is voldaan. De leverancier krijgt vervolgens niet betaald, terwijl de door hem geplaatste installatie wél veilig is. Door twee fabrikanten van gevelonderhoudsinstallaties is daarom dit jaar het verzoek bij het Liftinstituut neergelegd om het certificaat van een gevelondelonderhoudsinstallatie alleen te betrekken op de installatie zélf en tijdens de keuring alleen te toetsen aan de NEN-EN 1808, de geharmoniseerde norm voor gevelonderhoudsinstallaties.

Wettelijke eisen leidend

Na onderzoek naar juridische kaders en na overleg binnen het College van Deskundigen Gevelonderhoud heeft het Liftinstituut besloten vast te houden aan de algemeen geldende basis voor certificering: het voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen. Mede omdat dat ook de basis is voor (product)aansprakelijkheid. Omdat het Document Gevelonderhoud is gepubliceerd in de Staatscourant kan de daarin gespecificeerde veilige toegangsweg niet genegeerd worden tijdens de keuring. Ook in de bij het Document Gevelonderhoud behorende Beoordelingsrichtlijn wordt hierop gewezen. . Daarnaast zou het voor gebouweigenaren onduidelijk zijn als de veiligheidseisen die bij de vervolgkeuringen gehanteerd worden slechts ten dele meegenomen worden bij de nieuwbouwkeuring. Een installatie met een (beperkt) nieuwbouwcertificaat zou dan bij de eerste vervolgkeuring afgekeurd kunnen worden. En daar is niemand bij gebaat.

Duidelijke scheiding tussen tekortkomingen

Om aan het probleem van de leveranciers tegemoet te komen, maakt het Liftinstituut in het keuringsrapport een duidelijke scheiding tussen installatietechnische en bouwkundige tekortkomingen. Met het keuringsrapport is duidelijk te maken wat de reden voor afkeuring is en of dit wel of niet aan de leverancier te wijten is.