Middenrailbeveiliging hangladders niet altijd veilig

Naar aanleiding van ongevallen met middenrailbeveiligingen voor hangladders in onder andere Groot-Brittannië is de norm hiervoor, de EN 353-1, ingetrokken.

Dit betekent dat al deze beveiligingen verdacht zijn en niet gebruikt mogen worden voordat de veiligheid hiervan is aangetoond met een vernieuwd typecertificaat, op basis van de Richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen.

Ook in Nederland ongevallen

De norm gaat over de persoonlijke beschermingsmiddelen om vallen vanaf hoogte te voorkomen. Deel 1 behandelt onder andere de meelopende valbeveiliger met starre ankerlijn. Het bedoelde product is bij ons beter bekend als de middenrailbeveiliging op, bijvoorbeeld, hangladders. De problematiek is dat de huidige testmethoden, genoemd in de EN 353-1, niet alle situaties afdekken die kunnen voorkomen bij een val, waarbij het systeem mogelijk niet zou functioneren. Ook in Nederland zijn ongevallen gemeld die mogelijk verband houden met een onvoldoende veilige werking van de middenrailbeveiliging. Het gevaar bestaat dat tijdens een zijdelingse val of een val achterover de beveiliging niet werkt.

Verdacht

Door intrekking van de norm zijn alle systemen (zowel nieuw als bestaand) verdacht, totdat de Notified Body die de middenrailbeveiliging heeft gecertificeerd met een vernieuwd EG-typecertificaat onder de richtlijn 89/686/EG aantoont dat het desbetreffende type wél voldoet aan de nieuwe testmethoden. Een brief waarin door de desbetreffende Notified Body wordt aangegeven dat er aanvullende testen zijn uitgevoerd en dat het huidige EG-typecertificaat geldig blijft, is ook voldoende.

Normherziening

De norm is dus ingetrokken als geharmoniseerde norm, wat aangeeft dat het voldoen aan deze norm niet automatisch meer leidt tot vermoeden van overeenstemming met de productrichtlijn. Vanuit Groot-Brittanië is nu met succes actie ondernomen om de norm aan te passen. De verantwoordelijke technische commissie CEN/TC160 is momenteel bezig met de ontwikkeling van een nieuwe testmethode. Hierbij wordt, om de val van een persoon na te bootsen, een dummy gebruikt in plaats van een statisch testgewicht. Fabrikanten moeten hun producten nu opnieuw beproeven conform nieuwe testmethoden. Het betreft dan proeven ten aanzien van het zijwaarts en achterover vallen.

CVG-infoblad

De Commissie Veiligheid Gevelonderhoudinstallaties (CVG), waarvan het Liftinstituut voorzitter is, heeft een CVG-informatie blad opgesteld om zoveel mogelijk mensen over deze ontwikkeling te informeren. Zie www.commissiecvg.nl.

Gevolgen in de praktijk

Nieuwe installaties met een middenrail mogen niet worden gebruikt als het hierbovengenoemde EG-typecertificaat danwel de brief van de Notified Body niet kan worden getoond.
Bij bestaande installaties is het volgende van kracht:

  • De onderhoudsfirma moet op de verdachte installaties een opschrift plaatsen met hierop de mededeling dat de installatie alleen gebruikt mag worden in combinatie met aanvullende veiligheidsmaatregelen.
  • De installatie mag alleen gebruikt worden met aanvullende maatregelen, zoals een dubbele landyard.
  • Op de site van de CVG komt een lijst te staan met systemen die akkoord zijn bevonden. Let op, het gaat om een combinatie van de middenrail en de juiste, in het certificaat genoemde, vangwagen!
  • Tot 1 januari 2012 is het mogelijk om van deze gedoogmethode gebruik te maken, zodat de klant eventueel de tijd heeft om zijn installatie om te (laten) bouwen. Dit betreft dus de installaties waarbij blijkt dat de middenrailbeveiliging niet goed is, of waarbij geen aanvullend onderzoek is gedaan (denk daarbij aan installaties van leveranciers die inmiddels niet meer bestaan).
  • Het Liftinstituut zal tijdens de keuringen van een bestaande installatie de installatie afkeuren als niet duidelijk is of deze over een geldig EG-typecertificaat beschikt. Alleen als het hierbovengenoemde opschrift door de onderhoudsfirma is aangebracht, zal de installatie nog eenmalig goedgekeurd worden.