Veiligheidseisen en keuringsverplichtingen van tijdens de bouw gebruikte personenliften

Over de veiligheidseisen en de daarmee samenhangende keuringsverplichtingen van personenliften die tijdens de bouw van het gebouw gebruikt worden, bestaat nogal eens enige onduidelijkheid. Graag neemt het Liftinstituut die onduidelijkheid bij deze weg.

Om snel afscheid te kunnen nemen van tijdelijk geplaatste personenbouwliften, waarmee de bouwvakkers snel op hun werkplekken op hoogte gebracht kunnen worden, maakt de aannemer graag zo vroeg mogelijk gebruik van één of meer van de gewone liften. In een aantal gevallen wordt daarom al in een vroeg stadium tijdens de bouw een personenlift geïnstalleerd. Vaak met vanwege de ruwbouwfase van het gebouw, een tijdelijk, robuust kooi-interieur.

Werkafspraak Richtlijn liften

In Liftinstituut Mededeling nr. 263, die verscheen in het 2e kwartaal van 1999, werden door de toenmalige Commissie Liftveiligheid uitspraken gepubliceerd over de certificering en het gebruik van liften, die tijdens de bouw van een gebouw in gebruik zijn. In die publicatie werden destijds tijdelijke voorzieningen benoemd, waarmee de lift in gebruik gesteld zou mogen worden tijdens de bouw. Ook werd daarin de overeenstemmingsprocedure beschreven, volgens de Richtlijn liften. Tot slot waren hierin bepalingen over de keuring voor ingebruikname en de vervolgkeuringen opgenomen. Destijds werd hierover gepubliceerd onder de titel ’werkafspraak Richtlijn liften’. De kern van deze ‘werkafspraak’ was dat liften met tijdelijke, voor de bouwperiode bedoelde, voorzieningen mochten zijn uitgevoerd en dat de lift gedurende het gebruik als bouwlift eenmaal per zes maanden gekeurd moest worden. Ook werd verlangd dat de door de installateur afgegeven EG-verklaring van overeenstemming een beperkte geldigheidsduur moest hebben van zes maanden.

Warenwetbesluit liften

In 2003 is het destijds geldende Besluit liften vervangen door het huidige Warenwetbesluit liften. De hierboven aangehaalde ‘werkafspraak’, zoals gepubliceerd in de eerder genoemde Liftinstituut Mededeling 263, is daarmee sindsdien formeel niet meer van toepassing. Wij willen u daarom graag nader informeren over en uitleggen wat in het huidige Warenwetbesluit liften is opgenomen over het gebruik van liften, tijdens de bouw van een gebouw. De hieronder genoemde bepalingen zijn hierbij van belang.

  • Het Warenwetbesluit liften stelt over het gebruik van een lift tijdens de bouwfase van het gebouw of bouwwerk in artikel 17.2 het volgende: ’Liften als bedoeld in het eerste lid (noot redactie: personenliften dus), die zullen worden gebruikt tijdens de bouwfase van een gebouw of bouwwerk worden vóór de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste drie maanden door een aangewezen instelling gekeurd’.
  • Bovenstaande keuringen zijn keuringen in de gebruiksfase en leveren een certificaat van goedkeuring op met een geldigheidsduur van drie maanden.
  • Wat betreft de overeenstemmingsbeoordelingprocedures – eindcontrole*2 of eenheidskeuring - volgens de Richtlijn liften stelt het Warenwetbesluit liften niets specifieks bij liften die in gebruik zijn tijdens de bouw van een gebouw. Volgens deze richtlijn vindt de eindcontrole of de eenheidskeuring onafhankelijk van de aard van het gebruik eenmalig plaats vóór de eerste ingebruikname. De Richtlijn liften kent aan deze activiteit geen geldigheidstermijn of een herhalingsfrequentie toe. De door de installateur af te geven EG-verklaring van overeenstemming moet conform de Richtlijn liften dan ook eveneens eenmalig afgegeven worden.
  • Eventuele vervangingen aan liften gedurende het gebruik tijdens de bouwfase van een gebouw worden gezien als verrichtingen in de gebruiksfase en kunnen leiden tot de noodzaak voor een modificatiekeuring door een aangewezen keuringsinstelling, conform WWBL (Warenwetbesluit liften) artikel 17.3.

Toelichting

De volgens het WWBL-artikel 17.2 voorgeschreven ingebruiknamekeuringen en vervolgkeuringen zijn aanvullende nationale verplichtingen om een specifieke keuring uit te laten voeren aan liften die tijdens de bouwfase van een gebouw gebruikt worden. Nationale overheden mogen dergelijke keuringsbepalingen in hun wetgeving opnemen, mits deze niet in strijd zijn met de bepalingen uit de Richtlijn liften. In het WWBL-artikel 8 wordt, waar het gaat om overeenstemmingsprocedures volgens de Richtlijn liften, geen nadere specificatie gegeven voor het gebruik van de lift tijdens de bouw van een gebouw. Dit is ook logisch, omdat in deze richtlijn de gebruiksfase van de lift niet onderscheiden wordt en het Warenwetbesluit liften geen andere overeenstemmingsprocedures voor het in de handel brengen van een lift mag voorschrijven die strijdig zijn met de procedures die vermeld zijn in de Richtlijn liften. Vandaar dat de eindcontrole of de eenheidskeuring ook voor een lift, die ─ al dan niet met tijdelijke voorzieningen ─ in gebruik is tijdens de bouw van het gebouw, slechts eenmalig vóór de eerste ingebruikstelling plaats moet vinden

Ingebruiknamekeuring door Liftinstituut

Voor liften die tijdens de bouwfase van een gebouw gebruikt worden, levert het Liftinstituut ter invulling van de verplichting volgens het Warenwetbesluit liften de ’ingebruiknamekeuring van de lift als bouwlift’. Gebruikt u voor het aanvragen van deze keuring ons aanvraagformulier 4-34-1, te verkrijgen via aanvraag@liftinstituut.nl. De ingebruiknamekeuring van de lift die in gebruik is als bouwlift kan desgewenst in combinatie uitgevoerd worden met een eindcontrole of een eenheidskeuring. Uw keuze daarvoor kunt u op eerdergenoemd aanvraagformulier kenbaar maken. Zolang de lift in gebruik is als bouwlift moet u, volgens de verplichtingen voortvloeiend uit het Warenwetbesluit liften, telkens na ten hoogste drie maanden opnieuw een keuring laten uitvoeren. Let erop dat u deze keuring tijdig weer bij ons aanvraagt.

Als de lift definitief opgeleverd wordt

De volgende zaken zijn van toepassing bij de definitieve oplevering na bouwgebruik:

  1. het laatst afgegeven certificaat van goedkeuring blijft van kracht, tot de op het certificaat aangegeven keuringsdatum bij ‘volgende keuring uitvoeren vóór’; 
  2. een modificatiekeuring, mogelijk met proeflast, kan wettelijk verplicht zijn als de eventueel tijdelijk aangebrachte ’bouw’voorzieningen worden vervangen door definitieve voorzieningen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de definitieve afwerking van de kooi leidt tot een verandering van de kooimassa. Of als na bouwgebruik de nominale snelheid verhoogd wordt, of als stopplaatsen in gebruik genomen worden die tijdens het bouwgebruik nog niet in gebruik waren. Met ons aanvraagformulier modificatiekeuring (formulier nummer 4-42 te verkrijgen via aanvraag@liftinstituut.nl) kunt u nagaan of een modifica-tiekeuring noodzakelijk is en, als dat zo is, deze keuring aanvragen;
  3. als u of de afnemer van de lift direct bij de oplevering van het gebouw een nieuw certificaat van goedkeuring verlangt, kunt u desgewenst met formuliernummer 4-34-1 voor oplevering een (eerste) vervolgkeuring aanvragen. Het Liftinstituut controleert dan grondig of de lift na het bouwgebruik weer helemaal op normaal gebruik is aangepast en ook aan de veiligheidseisen voldoet. Voor de juiste tenaamstelling op naam van de eigenaar van het certificaat is het van belang dat de gegevens van de eigenaar juist en volledig worden ingevuld op dit aanvraagformulier.

Aspecten bij de oplevering

Buiten de keuringsverplichtingen om, moet de installateur bij de definitieve oplevering na het gebruik van een lift als bouwlift vanzelfsprekend nagaan of de lift nog (of eigenlijk: weer) volledig voldoet aan de eisen zoals vermeld in de opdracht en of er geen lifttechnische en bouwkundige gebreken zijn die het veilige gebruik van de lift in de weg staan. Dit speelt met name als de oplevering van de lift niet samenvalt met een keuring. Zo moet in dat geval mi-nimaal gecontroleerd worden of onderstaande zaken voldoen aan de voorschriften. Het betreft hier overigens geen uitputtende opsomming:

  • de definitieve voeding, aardleiding en hoofdschakelaars;
  • de definitieve machinekamerinrichting en -afsluiting; 
  • de verlichting vóór de schachttoegangen en in de kooi (inclusief de noodvoeding);
  • de bouwkundige afwerking van de buitenzijde van de schacht en de schachttoegangen;
  • het glas in de schacht- en kooiwanden – de deuren moeten onbeschadigd zijn en van de juiste soort;
  • de werking van de kooi- en schachtdeuren, de geleiding, de zelfsluitendheid van de deuren, de noodontgrendeling en de afstand tussen de kooi- en schachtdeurdrempel; 
  • de vlakheid van de vloeren vóór de schachttoegangen;
  • de definitieve spreek-/luistervoorziening;
  • de ventilatie van de kooi, de schacht en de machinekamer;
  • de definitieve controle van de goede werking van alle veiligheidscontacten;
  • de definitieve controle van de uitlopen van liftkooi en tegengewicht en van de vrije ruimten in de schacht;
  • het verwijderen van bouwafval uit de machinekamer, de schacht, de put en het kooidak;
  • de veilige bereikbaarheid van de installatie (geen obstakels in de looproutes, veilige trappen en ladders et cetera).

Als vóór de definitieve oplevering na het bouwgebruik gekozen wordt voor een onafhankelijke vervolgkeuring door het Liftinstituut, wordt de lift op bovenstaande aspecten grondig geïnspecteerd. Bijkomend voordeel is dat de klant de lift opgeleverd krijgt met een wettelijk certificaat van goedkeuring, met een geldigheid van achttien maanden.

Toegevoegde waarde Aankoopkeuring

Tijdens het gebruik van een personenlift in de bouwfase kan sprake zijn van extra slijtage en extra vervuiling. Bij wettelijke keuringen, zoals de in dit artikel genoemde eerste vervolgkeuring, worden hier geen opmerkingen over gemaakt, zolang de slijtage en vervuiling geen invloed op de veiligheid hebben. Als u ervan verzekerd wilt zijn dat u een nieuwe lift opgeleverd krijgt, die aan een te verwachten afwerkingsniveau voldoet kunt u ervoor kiezen een Aankoopkeuring door het Liftinstituut uit te laten voeren. Daarbij wordt niet alleen naar de veiligheid van de installatie gekeken, maar ook of er sprake is van goed en deugdelijk werk. Verder worden beschadigingen en overmatige slijtage gemeld.