Ventilatie in schachten van liften: de feiten

Ventilatie van liftinstallaties is nodig, zeker bij hogere temperaturen. Maar welke ventilatie-opening in de schacht is nu nodig bij een gewone lift en welke bij een brandweerlift? Dit artikel geeft meer duidelijkheid hierover.

Onze informatiebron is Willem Kasteleijn, productmanager Liften bij het Liftinstituut. Hij gaat eerst met ons in op gewone liften, en daarna op brandweerliften. “De regelgeving is daarbij namelijk heel anders.’’

Gewone liften – een terugblik

Hij vertelt dat de versie van de norm EN 81-1/-2 uit 1986 al een ventilatie-opening van 1% van de horizontale schachtdoorsnede in gewone liften voorschreef. “Zo’n opening was dus verplicht. De behoefte tot deze opening kwam destijds vooral voort uit de Zuidelijke Europese landen. Maar in de koudere Europese landen vond men de opening eigenlijk te groot. Ook speelde mee dat men hinder ondervond van de schoorsteenwerking van de liftschacht, waardoor er veel trek ontstond en soms zelfs de interne klimaatregeling in het gebouw werd verstoord.’’

Gewone liften – huidige situatie

Het bovengenoemde commentaar leidde tot een aanpassing van de norm EN 81-1/-2 in 1998. “Sindsdien is schachtventilatie wel voorgeschreven, maar is de afmeting ervan niet meer vastgelegd in de norm. Er moet nog steeds wel een opening zijn, maar deze mag ook kleiner zijn.’’ Bij oudere liften, waarbij al een ventilatie-opening van 1% is aangebracht op basis van de toen geldende voorschriften, kan formeel niet van deze maat worden afgeweken. Maar toch bestaat er ook voor deze liften volgens Kasteleijn geen enkel risico om dit los te laten, mits dit gebouwtechnisch mogelijk is. “Het gaat bij schachtventilatie om een losstaande, enkelvoudige eis in de norm. Aanpassing hiervan leidt dus niet tot gevolgen voor andere punten uit de norm en heeft hier dus geen effect op.’’

Brandweerliften – een terugblik

In de eerste versie van de norm EN 81-1/-2 uit 1986 was voor brandweerliften een ventilatie-opening van 2,5% van de horizontale schachtdoorsnede beschreven. Dit was vermeld in de bijlage Z4 ‘brandweerliften’ bij de norm. Kasteleijn: “Dit was een nationale aanvulling op de Europese norm. Deze bijlage is destijds ontwikkeld door de eigen nationale normcommissie, in aanvulling op deze Europese norm. Het ging hierbij om een nationale eis, gebaseerd op de toen geldende visie op brandveiligheid van liften. Te weten: rook afvoeren door voldoende ventilatie-openingen. Men ging er daarbij vanuit dat er in het geval van een brand voldoende luchtverversing in de liftschacht moest zijn, om te voorkomen dat er veel rook in zou komen, waardoor het transport van personen door de liftschacht in gevaar zou komen.’’

Heftige discussies

Hij herinnert zich nog de heftige discussie tussen verschillende brandweercorpsen in Nederland over deze ventilatie. “Daarbij werd de vraag gesteld of je lucht van buiten naar binnen moest halen, of juist lucht van de liftschacht uit naar buiten moest afvoeren en of je dit mechanisch of op een natuurlijke manier zou moeten doen. Als keuringsinstantie hebben we ons altijd aan het vermelde in de bijlage Z4 van de toenmalige norm EN 81-1/-2 gehouden, dus dat er 2,5% opening voor ventilatie beschikbaar moest zijn. We hebben ons nooit laten verleiden tot uitspraken over de noodzaak van deze ventilatie of de manier van ventileren.’’

Brandweerliften – de huidige situatie

Sinds de nieuwe versie van de EN 81-1/-2 in 1998 is bijlage Z4 vervallen en gelden voor brandweerliften die na dat jaar zijn gebouwd de esentiële eisen van de Richtlijn liften. In 2003 kwam er ook de geharmoniseerde norm EN 81-72 speciaal voor brandweerliften, die ook weer verwijst naar de Richtlijn liften. Kasteleijn: “Maar ook deze norm geeft geen informatie over ventilatie in brandweerliften. Dat lijkt misschien vreemd, maar eigenlijk is het heel logisch. De norm EN 81-72 gaat er namelijk vanuit dat de brandweerlift volledig brandvrij is gelegen in een gebouw. Dat betekent dat om de liftschacht en alle onderdelen daarvan een soort bouwkundige schil zit, die voorkomt dat er brand of overmatige rook in de lift kan komen. Zo’n brandweerlift moet tenminste even brandbestendig zijn als de brandbestendigheid van het gebouw. Daar zit in de Nederlandse regelgeving op dit moment nog wel een knelpunt. Het huidige Bouwbesluit schrijft namelijk slechts een rookwerendheid van het voorportaal vóór de brandweerlift voor, die slechts tot 20 minuten brandwerendheid leidt. Dit zal binnenkort in het Bouwbesluit hersteld worden, zodat het voorportaal zodanig brandwerend moet worden dat de beschikbaarheid van de brandweerlift gedurende 60 minuten gegarandeerd kan worden. De norm gaat ervan uit dat de besturing en andere ondergeschikte onderdelen in de schacht bestendig zijn tegen rook en blijven functioneren gedurende de beschikbaarheid. Ventilatie in de schacht is bij brandweerliften die na 1998 zijn geïnstalleerd dus helemaal niet meer nodig. Maar’’, benadrukt hij, “bij brandweerliften van vóór die tijd, die dus nog onder de oude norm EN 81-1/2 en bijlage Z4 vallen, geldt nog steeds wél de eis van een ventilatie-opening van 2,5%. En ook dat is logisch, want toen werden er veel minder strikte eisen gesteld aan de brandwerendheid van zo’n lift.’’

Nationale regelgeving

Duidelijk, zou je zeggen. Maar er zit toch nog een addertje onder het gras. Er is namelijk nog steeds sprake van nationale regelgeving voor brandweerliften, al bestaat bijlage Z4 niet meer. Deze regelgeving staat vermeld in het Bouwbesluit. Kasteleijn: “In afdeling 3.12van dit Besluit staat namelijk voorgeschreven dat de volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de schachtventilatie minimaal 3,2 m3/ m2 vloeroppervlak van de schacht bedraagt. De eisen zoals verwoord in dit artikel staan dus los van de Europese liftregelgeving en zijn alleen in Nederland van toepassing. Als Liftinstituut hebben we hier geen invloed op en we nemen deze eisen ook niet mee in onze keuringen. Toetsing aan het Bouwbesluit ligt immers bij de gemeenten."