Veiligheidseisen personenliften onderdeel van Warenwet

De wettelijke veiligheidseisen voor personenliften zijn in Nederland vastgelegd in het Warenwetbesluit liften. Dit is een onderdeel van de Warenwet.

Warenwetbesluit liften

De overheid treedt terug, dereguleert en vereenvoudigt wetten. In het Warenwetbesluit liften is met ingang van september 2003 het vroegere Besluit Liften en Liftenbesluit 1 samengevoegd. Het Warenwet besluit liften is onderdeel van de nieuwe Warenwet. Deze nieuw Warenwet is een samenvoeging van de oude Warenwet, van de Wet op gevaarlijke werktuigen en van de Stoomwet. Één Warenwet met daaronder één Warenwetbesluit liften waarin alle wetgeving op het gebied van liften is ondergebracht.

De aanleiding hiertoe is het z.g.n. MDW-projekt van de overheid voor het vereenvoudigen van wet- en regelgeving en het vergroten van marktwerking. MDW staat dan ook voor 'marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit'. Daar in de Warenwet vele producten zijn ondergebracht was het dus een logische stap producten als machines en liften geheel onder die wet te brengen. De handhaving van het Warenwetbesluit liften behoort tot de taken van de Arbeidsinspectie.

Wijzigingen

De beleidsmakers van de betrokken ministeries hebben bij de wetswijziging van de gelegenheid gebruikgemaakt om e.e.a. in de wetgeving voor liften te wijzigen. Een aantal wijzigingen is hieronder weergegeven.

  • Naast personenbouwliften vallen nu ook transportsteigers onder de wettelijke keuringsplicht
  • Personenliften die tijdens de bouwfase al worden gebruikt dienen nu om de drie maanden gekeurd te worden
  • De datum waarop het certificaat zijn geldigheid verliest moet vanaf 2004 in de kooi of op het hefwerktuig worden aangegeven, dit in tegenstelling tot de praktijk van nu, waarbij het liftinstituut op vrijwillige basis de datum waarop de keuring werd verricht in de kooi of op het hefwerktuig aangaf
  • De uitloop van 4 maanden rond geldigheidsdatum certificaat vervalt. (bij bijv. capaciteitsgebrek Liftinstituut ivm nieuwbouwpieken mocht wat later gekeurd worden, mag nu niet meer.)
  • De verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de veilige werkomstandigheden voor de liftmonteur is nu voor een deel direct bij de eigenaar neergelegd. (Voor de inspecteur was dat al het geval.) De eigenaar van een lift moet zorgen dat de lift veilig bereikbaar is voor inspectie en onderhoud. Bij veel oudere liften moeten nu aanvullende voorzieningen getroffen worden; o.a. beveiligingen bij tractieschijven, ladder in de put, veilige toegang machinekamer, etc (deze bepaling is per 31 maart weer verwijderd. Dit omdat de overheid vaststelde dat dit reeds geborg was in de Arbo wet en in het Burgerlijk Wetboek. Daarom blijven deze regels inhoudelijk van kracht, maar niet meer vanuit Warenwet aangestuurd).
  • De keuringsinstantie moet tijdens de periodieke keuring aanvullend aan de normale keuringshandelingen vaststellen of de lift aan de eisen uit het Warenwetbesluit liften voldoet. (voor deze bepaling geld hetzelfde, beoordeling van deze zaken blijft, maar gebaseerd op Arbo wet en Burgerlijk wetboek)

NB: de twee laatst genoemde wijzigingen zijn bij een aanpassing van het Warenwetbesluit liften in maart 2006 vervallen. De overheid heeft aangegeven dat Artikel 19.3 over de veilige werkomgeving eigenlijk in 2003 ten onrechte is opgenomen in het Warenwetbesluit liften en om die reden ook in 2006 vervallen is. Dit omdat het Besluit zich moeten beperken tot zaken die liften aangaan, en niet de omgeving. Resterende veiligheidsaspecten, die samenhangen met de omgeving van de lift vallen onder de zorgplicht van de bezitter van een gebouw (zoals ook vastgelegd in artikel 6: 174 van het Burgerlijk Wetboek).
Werkgevers van liftmonteurs en inspecteurs moeten vanuit de bepalingen in de Arbowet zorgen dat hun mensen veilig kunnen werken en daarop letten. Als er een eigenaar is die zaken niet op orde brengt omdat hij daarvoor kiest, komt hij zijn verplichtingen op basis van het Burgerlijk Wetboek niet na.
Àls er dan wat gebeurt en er wordt iemand aansprakelijk gesteld, zal de rechter de eigenaar daarvoor verantwoordelijk houden.

Vanuit deze gedachte is afgesproken de beoordeling van de veilige werkomgeving onderdeel van de keuring blijft. De daarbij gehanteerde V.O.K.-checklist, die gemaakt is door liftdeskundigen en deskundigen van de Arbeidsinspectie blijft daarbij uitgangspunt.
Verwacht wordt dat de Arbeidsinspectie het document gebruiken als basis voor hun afhandeling zal bij ongevallenonderzoek. Ze hebben niets anders. De checklist, en veel aanvullende informatie, is verderop weergegeven.

Invulling in de praktijk

Voor een goede beoordeling is destijds met alle betrokken partijen een Veiligheid bij onderhoud en keuringschecklist (VOK-lijst) opgesteld, die als leidraad dient bij een keuring. Bij elk controlepunt hoort, afhankelijk van de grootte van het risico een uitvoeringstermijn. Hoe groter het gevaar en dus ook het risico voor ongevallen, hoe sneller het aangepakt moet worden. 

Geen termijn gesteld

In de afgelopen periode zijn de meeste beheerders via het keuringsrapport geïnformeerd over de noodzakelijke aanpassingen om hun lift aan de arbo bepalingen uit de Warenwet te laten voldoen. In de meeste gevallen zijn de aanpassingen door de onderhoudsfirma's uitgevoerd.