Verlichting: Mag de verlichting van de liftkooi bij geen gebruik door een bewegingsmelder uitgeschakeld worden?

Verlichting: Mag de verlichting van de liftkooi bij geen gebruik door een bewegingsmelder uitgeschakeld worden?

Toepassen van een bewegingmelder in de liftkooi heeft nadelen.

Een daarvan is, dat als bijvoorbeeld de lift in storing raakt en de passagier gaat bijvoorbeeld stil op de vloer zitten, het licht uitgaat.

Er zijn echter enkele mogelijkheden.

Afhankelijk van de voor de lift geldende norm geldt het volgende:

1.         De lift is gebouwd volgens de  Nederlandse norm, NEN 1081:

Aanvullende voorwaarden indien u een bewegingsmelder toepast:

- De nalooptijd van de bewegingsmelder moet ten minste10 minuten zijn.

- In het verlichtingsarmatuur moet een constant brandende spaarlamp van ten minste 5 watt (lichtstroom van ten minste 300 lumen) zijn aangebracht.

2.         De lift is gebouwd volgens de binnen Europa geharmoniseerde norm, NEN-EN 81-1 of 81-2:

In dit geval is een bewegingsmelder niet noodzakelijk.

- Volgens artikel 8.17 mag bij automatisch mechanisch aangedreven deuren de verlichting worden uitgeschakeld als de kooi stilstaat op een stopplaats met gesloten deuren, overeenkomstig artikel 7.8.

- Artikel 7.8 vermeldt:

Bij normaal bedrijf moeten automatisch bediende schachtdeuren zich na enige tijd sluiten als er geen rijopdracht meer aanwezig is.

Als conclusie geldt dat bij afwezigheid van rijopdrachten de schachtdeuren van een lift die is gebouwd volgens EN 81 na bijvoorbeeld 5 minuten moeten sluiten. Het kooilicht mag dan geheel worden gedoofd.