Conclusie congres: 83% vindt liftgebruik bij brand noodzakelijk, 17% nodeloos gevaarlijk

13 november 2018

Op 7 november 2018 kwamen meer dan 400 gebouweigenaren, adviseurs, zorgprofessionals en brandweerlieden in Zeist bij elkaar voor het landelijk congres Liftgebruik bij brand, georganiseerd door Liftinstituut. De uitspraak ‘Bij brand geen lift’ verdient heroverweging, zo vonden de meesten. 

Onderzoeken

Meer dan 85% van de Nederlanders geeft op de vraag “wanneer mag je de lift niet gebruiken?” direct het antwoord “bij brand”. Dat zit erin geramd, zo concludeerden de onderzoekers van Motivaction in hun publieksonderzoek in opdracht van Liftinstituut. Naast dit onderzoek werden tijdens het congres nog drie onderzoeken gepresenteerd, waarover deskundigen uit het vak samen met het publiek in de zaal van gedachten wisselden. Bekijk hier alle onderzoeken, rapporten en resultaten.

Presentaties

Zo’n tien prominente sprekers deelden hun visie met de zaal.

  • Marco Waagmeester, algemeen directeur Liftinstituut Holding, riep op tot heroverweging van het standpunt ‘Bij brand geen lift’ gezien maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de groeiende vergrijzing.
  • René Hagen, lector brandpreventie, schetste het probleem van het niet gebruiken van liften bij brand: “Ouderen wonen steeds langer zelfstandig. Daardoor neemt het risico op het ontstaan van brand toe. En als er brand ontstaat, wordt het door de afnemende zelfredzaamheid steeds moeilijker om via de trap te vluchten.” Hij riep om te beginnen met kleine aanpassingen aan liften, zodat deze langer kunnen worden gebruikt bij brand.
  • Willem Kasteleijn, productmanager liften bij Liftinstituut, bracht de risico’s van liftgebruik bij brand in beeld: “De stroom kan uitvallen en er kan paniek ontstaan.” Hij gaf aan dat je per situatie een risicoanalyse moet uitvoeren en moet nagaan of de lift een rol kan spelen bij ontruiming en wat er dan nodig is om dat veilig te laten plaatsvinden. “Daarbij moet je je realiseren dat 100% veiligheid niet haalbaar is. Maar dat geldt ook voor de trap.”
  • Harold Bussing, voorzitter van VLR (koepel van liftproducenten), vond dat Nederland zich voorlopig aan ‘Bij brand geen lift’ moet houden. “Laat geen onduidelijkheid bestaan.” Hij pleitte voor bronbestrijding en vond dat, als er een lift gebruikt wordt, dit een brandveilige lift moet zijn. Daarbij moet ook naar het gebouw en de organisatie rond de ontruiming worden gekeken. “Het is niet verboden om de gewone lift te gebruiken bij brand. Maar de fabrikant kan dan geen aansprakelijkheid aanvaarden als het misgaat.”
  • Susan Eggink – Eilander, senior adviseur bij Antea Group, presenteerde de uitkomsten van het ministerieel onderzoek naar mogelijkheden om liften veilig te gebruiken voor de evacuatie van minder-zelfredzame personen bij brand. Ze introduceerde het ‘scenariodenken’. De scenario’s hangen daarbij onder meer af van het type gebouw, maar ook van de aard van de bewoners van een gebouw. Volgens Eggink zijn zij ‘de moeilijkste factor’, omdat zij moeten beslissen over hun vluchtgedrag, de route en de middelen die zij hiervoor gebruiken. Egginks advies aan gebouweigenaren: “Richt je aandacht op waar het potentieel in een gebouw zit en maak een plan voor wat nodig is, zodat bewoners de lift bij brand kunnen gebruiken. Daar kunt u morgen al mee aan de slag.”
  • John van Vliet, directeur van Liftinstituut, ging nog een stapje verder. “Laat niet mensen, maar de lift zélf bepalen of gebruik bij brand mogelijk is”, was zijn insteek. Hij maakte het concreet met een voorbeeldoplossing. “In alle gevallen is het belangrijk om bewoners goed te informeren over evacuatiemogelijkheden en hoe zij dan het beste kunnen handelen.”
  • Nico Bosman, senior adviseur bij lifttechnisch adviesbureau Eurlicon, schetste de meerkosten van brandweer-, evacuatie- en zelfdenkende liften. “Bij nieuwbouw liggen die tussen de 7.000 en 20.000 euro. Daar komen nog bouwkundige kosten voor aanvullende brandcompartimentering bij. Een behoorlijke investering, maar de lift is dan wel echt veilig te gebruiken bij brand.”

Na de presentaties volgde een paneldiscussie. Lees voor de belangrijkste uitkomsten hiervan ons congresverslag op www.liftgebruikbijbrand.nl.

Conclusie

Aan het einde van het congres werd het publiek gevraagd een keuze te maken. Waarvoor kiezen zij als het gaat om het beleid ten aanzien van het gebruik van liften voor evacuatie van minder-zelfredzame personen uit woongebouwen bij brand? Gekozen kon worden uit vier opties. Hieronder de uitkomst:

  • 14,5% > Ons beleid blijft: bij brand geen lift.
  • 18,4% > Ik laat het over aan de brandweer.
  • 6,6% > Ik wacht tot de overheid het ons verplicht (in het Bouwbesluit?) om liften in te zetten bij evacuatie.
  • 60,5% > Ik investeer in een lift die veilig is voor de evacuatie van zelfredzame personen uit woongebouwen bij brand.

Hieruit werd duidelijk dat de oproep tot het snel ondernemen van actie van Ko Legez (Orona liften), aansluitend op de presentatie van onderzoeker Susan Eggink, gehoor vond. De meeste aanwezigen wilden niet wachten op wet- en regelgeving van de overheid, maar aan de slag gaan volgens het door Eggink geïntroduceerde scenariodenken. Basis daarvoor zijn risicoanalyses, waarbij wordt gekeken of en hoe de lift een plek kan krijgen in de evacuatie bij brand. Dat mag, vond men, dan best een lift zijn die niet 100% veilig is, maar waarbij het risico van gebruik bij brand veel lager is dan de risico’s bij het gebruik van de trap.