Resultaten aanvullende remcontroles tijdens periodieke keuring – een update

14 december 2018

Voortschrijdend inzicht geeft aan dat bij liften van vóór 2012, voorzien van een snelheidsregeling, een verminderde of falende werking van de rem zich niet of onvoldoende openbaart. Dit kan uiteindelijk en plotseling leiden tot een ongecontroleerde beweging van de lift. Op basis van een verplichting hiertoe via Schema-Interpretatie SI 15 door het SBCL voeren de keuringsinstanties tijdens de periodieke liftkeuringen aanvullende remcontroles uit.

Sinds 30 oktober 2017 voeren de inspecteurs van Liftinstituut deze controles uit. Hun ondervindingen tot en met 12 december 2018 op een rij:

> Bij 0,3% van deze keuringen functioneerde de remcontrolevoorziening niet juist. Tijdens de meting eind december 2017 bedroeg dit percentage 0,2%. De inspecteur verwoordt dit in opmerking MA49: “De remcontrolevoorziening functioneert niet juist, waardoor een verhoogd risico bestaat op een ongecontroleerde beweging van de lift. Conform de SBCL Schema-Interpretatie SI 15 wordt hiervan melding gemaakt in het keuringsrapport. Dit heeft geen gevolgen voor het afgeven van het certificaat.”

> Bij 10,4% van deze keuringen overschreed de aandrijfkracht van de liftmachine de beschikbare remkracht. Tijdens de meting eind december 2017 bedroeg dit percentage 4,3%. De inspecteur verwoordt dit in opmerking MA50. “De aandrijfkracht van de liftmachine overschrijdt de beschikbare remkracht, waardoor een verhoogd risico bestaat op een ongecontroleerde beweging van de lift. Conform de SBCL Schema-Interpretatie SI15 wordt hiervan melding gemaakt in het keuringsrapport. Dit heeft geen gevolgen voor het afgeven van het certificaat.”

> Bij 12,2% van deze keuringen kon de aanvullende remcontrole niet worden uitgevoerd. Tijdens de meting eind december 2017 bedroeg dit percentage 11,8%. De inspecteur verwoordt dit in opmerking MA51. “De aanvullende test van de machinerem conform de SBCL Schema-Interpretatie SI 15 kon niet worden uitgevoerd. Dit heeft geen gevolgen voor het afgeven van het certificaat. Bij de volgende keuring moeten voldoende instructies beschikbaar zijn om deze aanvullende test alsnog te kunnen uitvoeren. Uw onderhoudsbedrijf kan u hierover informeren.” Het niet doorgaan van de test heeft in het algemeen als reden dat ter plaatse nog instructies ontbreken hoe de test bij de specifieke lift kan worden uitgevoerd. Ook kan het zo zijn dat het onmogelijk is om de test zonder aanpassingen veilig uit te voeren, bijvoorbeeld omdat de inspecteur voor de test op het kooidak moet staan.

> Bij de overige 77,1% van deze keuringen kon de test wel worden uitgevoerd en werden geen onvolkomenheden tijdens remcontrole geconstateerd. Tijdens de meting eind december 2017 bedroeg dit percentage 94,8 %.

CONCLUSIE: AANVULLENDE REMCONTROLE IS ZINVOL

Op basis van de remcontroles kan Liftinstituut concluderen dat de aanvullende controles hun nut hebben. Herstel van een goede werking en van de remcontrolevoorziening (zoals de remcontrolecontacten) en het juist afstellen van de snelheidsregeling en/of remmen kan veel narigheid voorkomen. Echter, bij de testen is gebleken dat het aantal liften waar de aandrijfkracht van de liftmachine de beschikbare remkracht overschreed, aanzienlijk is (10,4%). Gebleken is dat bij een groot aantal van die liften afstelling van de rem het risico niet kan wegnemen. Tevens is de remkracht een nogal variabel gegeven door invloeden als temperatuur, slijtage, olie op de rem etc. Als je het risico op een ongecontroleerde beweging van de liftkooi door een gebrek in de remaansturing dus zo effectief mogelijk wilt reduceren, dan is een juist functionerende remcontrolevoorziening essentieel gebleken. Dit is voor het CCvDL eind 2018 aanleiding geweest om SI 15 daarop te herzien.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSWAARSCHUWING VAN LIFTINSTITUUT

Overschrijdt de aandrijfkracht van de liftmachine de beschikbare remkracht (opmerking MA50)? En is gebleken dat de lift blijvend in beweging kan worden gebracht bij niet gelichte rem? Dan geldt de volgende veiligheidswaarschuwing van Liftinstituut: pas op met het strakker afstellen van de remmen. Want hoe strakker de rem wordt afgesteld, hoe groter het risico wordt dat de rem onvoldoende gelicht wordt door de remmagneet of -magneten! Dit kan juist remfalen tot gevolg hebben, met alle gevolgen van dien. Als er toch afstelling van de rem plaatsvindt, controleer dan na afstelling nauwgezet dat de remveren niet doodgedrukt worden en dat de rem nog volledig en betrouwbaar wordt gelicht tijdens de rit.