Verhogen veiligheid bestaande liften

In het voorjaar van 2011 verscheen een aantal artikelen in de media over het verhogen van de veiligheid van oudere bestaande liften. Aansluitend op de in augustus 2010 door de VLR georganiseerde veiligheidsdag.

Het doel was om Tweede-Kamerleden te bewegen hun invloed aan te wenden om via aanvullende wetgeving een verhoging van de veiligheid van bestaande liften via een wettelijke verplichting op te leggen. Graag willen wij u als lezer informeren over de visie van het Liftinstituut over deze veiligheids-upgrade en de mogelijke noodzaak hiervan. Basis voor de door de VLR gevraagde aandacht voor de veiligheid van bestaande liften is de in 2003 ontwikkelde SNEL-norm EN 81-80. SNEL staat voor safetynorm existing lifts en is ontstaan vanuit de destijds opgestelde tien Europese aanbevelingen voor veiligheidsverbetering van bestaande liften.

Implementatie SNEL-norm

Volgens de European Lift Association (ELA) zijn er nog zo’n vier Europese landen, waaronder Nederland, waar de SNEL niet is geïmplementeerd in de wetgeving. In de overige landen is SNEL wel of deels geïmplementeerd. Dat lijkt schrikbarend voor zo’n welvarend land als Nederland. Echter, dit statement moet toch iets genuanceerd worden. De overheid in Nederland zegt (deels terecht) dat de liftveiligheid al op een hoog niveau is en dat wetgeving daarom niet noodzakelijk is. Overigens vindt de overheid wel dat de zorgplicht door iedere eigenaar naar noodzaak dient te worden ingevuld.

Economische kosten

Daarbij wordt opgemerkt dat het door het minimale aantal ongevallen (ongeveer één dodelijk ongeval per drie jaar) in relatie tot de economische kosten niet verantwoord is om de SNEL in de wetgeving te implementeren. Tenzij dit met tegenargumenten duidelijk gemaakt kan worden. Natuurlijk voorkomt het toepassen van de SNEL niet alleen dodelijk letsel. Ook het voorkómen van ander, soms blijvend, letsel blijft natuurlijk noodzakelijk, met name door het voortschrijdende inzicht van de techniek.

Landen om ons heen

Een korte blik op wat omringende landen leert ons dat Nederland niet direct een uitzonderingspositie inneemt. In Duitsland, bijvoorbeeld, is een risico-inventarisatie uitgevoerd door de keurende instanties, waarbij de desbetreffende informatie is geïnventariseerd en doorgegeven aan de eigenaar van de lift. De Engelse wetgeving doet er vooralsnog niets mee, omdat deze wetgeving veel meer vanuit een verzekeringsgedachte wordt aangestuurd dan vanuit de overheid. In Frankrijk, bijvoorbeeld, waren er rond 2003 jaarlijks zo’n tien fatale ongevallen. Er bestond toen nog geen keuringsplicht door een onafhankelijke instantie. In-middels is dit daar wel verplicht. Een deel van de SNEL is sinds 2003 in Frankrijk in wetge-ving geïmplementeerd.

Zeventien knelpunten

In het kort komt het erop neer dat er in Frankrijk zeventien knelpunten zijn geïnventariseerd die over een tijdsbestek van vijftien jaar dienen te worden opgelost. Dit is weer verdeeld in drie termijnen van vijf jaar. Als je deze zeventien aanpassingen vergelijkt met de stand van zaken in Nederland, is de conclusie gerechtvaardigd dat dertien van deze opmerkingen door de keuringen en de stand van de techniek in Nederland al zijn aangepast of geïnventariseerd en/of opgelost via de VOK-check (wat staat voor veiligheid onderhoud en keuringen). Een opmerkelijk feit is dat de zeventien aanpassingen in Frankrijk niet voorzien in het aanbrengen van een kooiafsluiting. De fatale ongevallen die ontstaan in Nederland bij gebruikers van de lift zijn vaak hier juist aan gerelateerd. Dat vinden we dus ook een belangrijk punt van aandacht voor de Nederlandse markt. In vergelijking tot andere landen in Europa zie je dat de oude Nederlandse norm NEN 1081 in vele gevallen relatief gezien al een hoog veiligheidsniveau heeft. Daarnaast is, zoals al eerder opgemerkt, een deel van de punten meegenomen in de VOK- inventarisatie.

Liftinstituut-onderzoek

Uit de SNEL-norm (EN 81-80) komen 74 geïnventariseerde risico’s naar voren. Het Liftinstituut heeft onderzoek gedaan naar de noodzaak om hierop actie te nemen.
Van daaruit zijn zes basisrisico’s benoemd, te weten:
1. het ontbreken van een kooiafsluiting;
2. het ontbreken van een vang/snelheidsbegrenzer;
3. het ontbreken van een geregelde aandrijving voor het gelijk stoppen en nastellen van de liftkooi;
4. het ontbreken van een spreek-/luisterverbinding in de liftkooi;
5. het ontbreken van noodverlichting in de liftkooi;
6. het ontbreken van een fotocel indien er automatische deuren zijn zonder optische detectie.

Nog een belangrijk potentieel risico

Naast deze zes basisrisico’s vindt het Liftinstituut dat er nog een belangrijk gevaar is dat zelfs niet in de SNEL-norm is meegenomen als potentieel risico. Dit betreft de unintended car movement protection (afgekort UCMP), oftewel het ongecontroleerd wegrijden (lopen) met open deuren als de lift voor de verdieping staat. Dit is een potentieel gevaar, dat ook nu nog niet is afgedekt in de nu geldende liftnorm EN 81-1/2. Dit is onderdeel van één van de laatste aanvullingen, waarbij de verplichting voor nieuwe liften pas 1 januari 2012 van kracht wordt. Dit risico zal ongetwijfeld de komende jaren tot letsel of zelfs slachtoffers leiden.

Kooiafsluiting

Ongeveer 86% van de liften in Nederland bezit kooiafsluiting. Dus 14% van alle liften is in bedrijf met een potentieel knelgevaar. Als we uitgaan van een Nederlands liftenbestand van ongeveer 90.000 liften, spreken we hier over zo’n 12.600 installaties.

Vang/snelheidsbegrenzer

Bijna iedere tractielift met een nominale last van meer dan 300 kg is in Nederland voorzien van een vanginstallatie en bijbehorende snelheidsbegrenzer. Dat impliceert dat er ook tractieliften zijn van 300 kg of minder waarbij geen vanginstallatie is aangebracht. Dit betreft in Nederland iets meer dan 5% van het totale aantal tractieliften. Voor zover bij het Liftinstituut bekend, zijn hier weinig tot geen ongelukken door ontstaan. Echter, deze installaties zijn veelal oud. Naarmate ze ouder worden, en ook de zogenaamde ‘zelfremmendheid’ afneemt, nemen de veiligheidsrisico’s toe.

Geregelde aandrijving voor het gelijk stoppen en nastellen van de liftkooi

Veel oude liften hebben nog een zogenaamde één- of twee-snelhedenbesturing. Hierbij zorgt de rem ervoor dat de lift ongeveer stopt ter hoogte van de verdieping. Bij het inrijden van de liftkooi naar de verdieping wordt de spanning van de besturing afgeschakeld en, afhankelijk van de instelling en de remkracht, stopt de lift. Dit is slijtage- en temperatuurafhankelijk en dus niet wenselijk, omdat hierdoor grote stopverschillen kunnen ontstaan. Overigens is een één- of twee-snelhedenbesturing volgens de oudere vervaardigingvoorschriften wel wettelijk toegestaan. Vroeger was de lift een spannend transportmiddel waar je met uiterste oplettendheid gebruik van maakte. Nu zijn de liftgebruikers aan de huidige stand der techniek gewend geraakt en dus aan stopnauwkeurigheid, comfort, kwaliteit en veiligheid. Het gebruik van een lift is een onderdeel van het leven geworden. Als een gebruiker plotseling gebruik gaat maken van een wat oudere lift, is zijn perceptie ten opzichte van gebruik van een moderne lift eigenlijk dezelfde. De gebruiker gaat er dus vanuit dat ook deze lift voldoet aan de verwachte comforteisen. Echter, bij het uitstappen blijkt deze lift vaak ongelijk te stoppen, wat een vervelende val kan veroorzaken. Met alle gevolgen van dien. Om letsel tot ernstig letsel te voorkomen, is dit misschien nog wel de voornaamste gewenste aanpassing op basis van de SNEL. Naast het aanbrengen van kooiafsluiting, uiteraard. In Nederland is 67% van de tractieliften uitgevoerd met een zogenaamde regeling, wat zorgt voor het gelijk stoppen van de liftinstallatie voor een verdieping. Dat houdt in dat 33% van de installaties hier niet aan voldoet, met alle gevaren van dien.

Spreek-/luisterverbinding in de kooi

Natuurlijk bezitten alle liften in Nederland een alarminstallatie. Een alarmbel of een spreek-/luisterverbinding, die te bedienen is in de kooi. Mocht deze niet meer werken, dan zal dit tijdens de keuring worden opgemerkt en zal het certificaat worden ingehouden. Opgemerkt moet worden dat er toch zo’n 27.000 liftinstallaties zijn die geen zogenaamde spreek-/luisterverbinding hebben. Als er bijvoorbeeld een storing is, de spanning is weggevallen of andere bewoners het alarm niet horen, dan ontstaat een vervelende situatie. Het is geen pretje om opgesloten te zitten in de lift, en zeker niet als er meer gebruikers in de liftkooi zitten. Zo is er bijvoorbeeld dan geen duidelijkheid hoe lang het verhelpen van de storing gaat duren. Als je als laatste van de lift gebruik maakt in een bedrijfspand, voordat het weekend wordt en de stroom valt uit kan de situatie helemaal vervelend zijn en zelfs leiden tot letsel.

Noodverlichting in de kooi

Als de spanning binnen een gebouw of complex uitvalt, is het gebruik van een alarm vanzelfsprekend. Er is dan echter nog geen duidelijkheid of dit werkt op noodvoeding en of de alarmknop in het donker wel te vinden is. De oude regelgeving zegt niets over een verplichte noodverlichting. Zeker in combinatie met de hierboven genoemde voorziening (een spreek-/luisterverbinding) is het echter zeer wenselijk dat er een noodverlichting in de kooi aanwezig is om in ieder geval de spreek-/luisterverbinding te bedienen. Iets meer dan 23% van de liftinstallaties in Nederland heeft echter nog geen noodverlichting in de kooi.

Fotocel als er automatische deuren zijn zonder optische detectie

In 20% van de gevallen waarbij er automatische kooi- en schachtdeuren zijn toegepast, zijn deze deuren niet voorzien van een optische detectie voor het tegengaan van dichtlopende deuren als er nog iemand in de deuropening aanwezig is. Gelukkig is optische detectie bij 80% van de liften met automatische deuren wél aangebracht. Natuurlijk is er bij deze liften ook een mechanische knelbeveiliging aanwezig, zoals voorgeschreven in de normen, maar met name bij oudere en jongere personen kan het dichtlopen van een deur toch verwondingen tot gevolg hebben.

Conclusie

We vinden het belangrijk om eigenaren van bovenstaande informatie op de hoogte te brengen omdat bij aansprakelijkheidskwesties naar aanleiding van ongevallen de rechter een hoger veiligheidsniveau ‘maatschappelijk aanvaard’ veronderstelt. Dit kan leiden tot aansprakelijkheidsstelling, ondanks het feit dat aan de formele wettelijke eisen, zoals vastgelegd in het Warenwetbesluit liften, wordt voldaan. De rechter zal zich dan baseren op ‘goed huisvaderschap’, zoals dat onder andere verwoord is in het Burgerlijk wetboek.

Zorgplicht

Om beter invulling aan de zorgplicht te geven, is het goed dit soort zaken mee te nemen bij een komende modificatie aan de lift. Probeer hier geld voor opzij te zetten en hier in de (nabije) toekomst een oplossing voor te zoeken. Hiervóór is gesproken over de, naar de mening van het Liftinstituut, zes belangrijkste basisrisico’s. Het kan zijn dat bepaalde of andere risico’s voor installaties echter meer prioriteit hebben. Dit hangt sterk af van de omgeving en het gebruik van de desbetreffende installatie. Voor een volledig overzicht is het raadzaam om een risico-inventarisatie te (laten) maken en deze risico’s te prioriteren.