Warenwetbesluit liften aangepast

Als gevolg van het motto van het Kabinetsbeleid: "meer werk, minder regels" is er een grote politieke druk om te komen tot deregulering. Deze druk gaat ook de deur van het Ministerie SZW niet voorbij. Om die reden is bij het voorbereiden van de wijzigingen in de Warenwet ook gekeken waar regels konden vervallen.

Na een lang aanlooptraject heeft dit geresulteerd in een nieuwe Up-to-date Warenwet waarbij in het "liften" onderdeel, het Warenwetbesluit liften, een aantal wijzigingen zijn doorgevoerd. De wijzigingen zijn per 31 maart 2006 ingegaan. Het gaat dan om de veilige toegang bij onderhoud en keuring bij bestaande liften en om de ingebruiknamekeuring bij nieuwe liften.

De beleidsafdeling van het Ministerie heeft loyaal uitvoering gegeven aan de politieke opdracht maar heeft ook steeds benadrukt dat de nu gewijzigde bepalingen rond ingebruikname keuring en veilige werkomgeving zeer waardevol waren en in de praktijk ook hun nut bewezen hebben. De overheid legt nu alleen het strikt noodzakelijke op. In feite gaat het dan om implementatie van EU regels in Nationale besluiten. Wel geeft de overheid daarbij aan dat de wettelijke zorgplicht blijft, of eigenlijk toeneemt, gezien de actualiteit rond verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. We lichten de wijzigingen in het Warenwetbesluit liften kort toe:

Veilige werkomgeving bij onderhoud en keuring

De wijzigingen rond de veilige werkomgeving rondom de lift  zijn te vinden in Artikel 19.3 en Artikel 17. Waar het gaat om de veiligheid van iedereen aan of rond de lift mag werken is nu de Arbo wet primair leidend. De bepaling daarover in Art. 19.3 kon als doublure worden beschouwd en is vervallen. Het gevolg daarvan is dat het de eigenaar nu weer vrij staat om zelf, gebaseerd op de Arbo wet, een zogenaamde Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) uit te voeren en van daar uit de veiligheidsrisico's aan te pakken. Conform de Arbo wet: grootste risico's met voorrang. In de praktijk blijkt nu al dat deze omslachtige en dure methode waarschijnlijk weinig navolging zal vinden. Het uitvoeren van Een RI&E is kostbaar en het vraagt veel kennis. De meeste partijen kiezen voor zekerheid, waar het gaat om Arbo-beveiligingen bij de lift, en houden zich aan de zogenaamde V.O.K. checklist. Deze checklist geeft precies aan wat je waar moet doen. De lijst is op basis van een Risico Inventarisatie & Evaluatie van keuringsinstanties en Arbeidsinspectie tot stand gekomen en wordt ook door de overheid gebruikt bij handhaving. Ook de keuringsinstanties maken er gebruik van tijdens de keuring. Wel zijn er situaties waarbij eigenaren de bepalingen praktisch onuitvoerbaar vinden en alternatieven zullen zoeken. Daarvoor is nu ruimte, al zal tijdens de keuring wel beoordeeld worden of het buiten de V.O.K. checklist gekozen oplossing wel veilig is. Wel belangrijk is het om te noemen dat de keuringsinstantie geen certificaat meer in mag houden als niet aan de V.O.K. punten is voldaan. De keuringsinstantie spraken wel uit dat als de werksituatie voor de inspecteur niet veilig is de keuring slechts te dele uitgevoerd kan worden. In die situatie zal er dan ook geen certificaat verstrekt kunnen worden.

Ingebruiknamekeuring nieuwe liften

In het kader van deregulering is de wettelijke verplichting voor het uitvoeren van een ingebruiknamekeuring voor nieuw geplaatste liften ook met ingang van 31 maart 2006 vervallen. De afschaffing van deze verplichting lijkt haaks te staan op de zorgplicht van gebouweigenaren. Maar ook op de toenemende behoefte naar zekerheid rond veiligheid en betrouwbaarheid.

De overheid acht de eigenaar verantwoordelijk voor de veiligheid van iedereen die in en om een gebouw verblijft. Men is vrij om hieraan op eigen wijze invulling te geven vindt het Ministerie van SZW. Daar past geen opgelegd pandoer vanuit de overheid bij. Het Liftinstituut vult het gat tussen het wegvallen van de keuringsplicht voor nieuwe liften en de toename van de zorgplicht met de nieuwe onafhankelijke Aankoopkeuring. Niet alleen om veiligheidsredenen. Ook om te voorkomen dat de eigenaar pas na een jaar, bij de eerste periodieke keuring, met tekortkomingen uit de nieuwbouw wordt geconfronteerd. De garantieperiode is dan voorbij en de eigenaar loopt het risico voor de kosten op te draaien.

Een onafhankelijke keuring heeft haar waarde bewezen. In 2005 heeft het Liftinstituut in 50 % van de gevallen bij de nieuwbouwkeuringen het certificaat niet direct af kunnen geven. Bouwkundige tekortkomingen, niet werkende spreek-luisterverbindingen, maar ook direct op de liftveiligheid betrekking hebbende zaken waren daarvan de oorzaak. Cijfers die voor zich spreken en het belang van een onafhankelijke keuring onderstrepen. Juist nu internationale grenzen vervagen en producten van fabrikanten waar ook ter wereld de weg naar de Nederlandse markt vinden.