Nut en noodzaak van keuring van theaterinstallaties

Zijn activiteiten als inspectie, keuring, en certificering noodzakelijk, of zelfs verplicht? Bijvoorbeeld waar het om theaterinstallaties gaat?

En zo ja, op basis van welke wetgeving is een en ander dan verplicht? En wie kan en mag deze activiteiten uitvoeren? Wat is het verschil tussen inspectie, keuring, en certificering en welke rol speelt het Liftinstituut hierin? Allemaal vragen waarover in de theaterbranche onduidelijkheid bestaat. Graag geven we u een uiteenzetting.

Doel van dit artikel

Met dit artikel willen wij dit onderwerp even in de schijnwerpers zetten, zodat deze onduidelijkheid wordt weggenomen. Om dit te bereiken, zullen we eerst bovenstaande drie begrippen definiëren en lichten we toe welke installaties hieronder vallen. Daarna geven we aan wie deze activiteiten mag uitvoeren en wat hiervoor de wettelijke basis is. Afsluitend zullen we aangeven welke rol het Liftinstituut hierin heeft.

Inspectie, keuring en certificering

Verwarrend genoeg worden de begrippen inspectie, keuring en certificering door veel betrokkenen, inclusief de wetgever, door elkaar gebruikt. Graag biedt het Liftinstituut u duidelijkheid:

  • een inspectie is een onderzoek of een installatie nog veilig te gebruiken is; 
  • een keuring is een onderzoek met de beoordeling of de installatie aan de voorschriften voldoet; 
  • certificering is een onderzoek inclusief de beoordeling van de ontwerp- en technische gegevens.

Welke installaties vallen hieronder?

Maar wat wordt er geïnspecteerd, gekeurd of gecertificeerd in het theater? Dit zijn veelal mechanisch bewogen theaterinstallaties, zoals decortrekken, orkest- en podiumheffers, brandschermen, punttrekken en werkbruggen. Dit zijn arbeidsmiddelen voor theatertechnici en artiesten. Hierbij is dan ook de volgende definitie nog van belang: arbeidsmiddelen zijn alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties.

Welke veiligheidsbeoordeling is verplicht?

Hierbij moeten we onderscheid maken tussen nieuw op te leveren en bestaande installaties.

> Nieuwe theaterinstallaties

Nieuwe theaterinstallaties bevinden zich tot de ingebruikname in de zogenaamde ‘handelsfase’. In deze fase is de wettelijke basis voor borging van de veiligheid de Warenwet, en meer specifiek het Warenwetbesluit machines. Volgens dit besluit dienen nieuwe machines, dus ook theaterinstallaties, te voldoen aan de Machinerichtlijn 2006/42/EG en de hierin opgenomen overeenstemmingsprocedures. Deze resulteren vervolgens in een door de fabrikant aangebrachte CE-markering.

> Bestaande theaterinstallaties

Bestaande theaterinstallaties bevinden zich in de zogenaamde ‘gebruikersfase’. In deze fase is de wettelijke basis voor borging van de veiligheid de Arbowet, de hierbij behorende besluiten en regelingen en het Burgerlijk wetboek. In de Arbowet en de hierbij behorende besluiten en regelingen zijn de rechten en plichten in de relatie werkgever-werknemer wettelijk vastgelegd, alsmede de eisen waaraan arbeidsmiddelen moeten voldoen (de Richtlijn arbeidsmiddelen 2009/104/EG). Arbeids-middelen voorzien van een CE-markering voldoen gedeeltelijk hieraan. Alvorens een nieuw arbeidsmiddel ter beschikking te stellen, moeten deze getoetst worden aan de relevante eisen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit. In gebruik zijnde arbeidsmiddelen, al dan niet CE-gemarkeerd, moeten regelmatig met behulp van een risico-inventarisatie en -evaluatie aan de stand van de wetenschap worden getoetst. En, zo nodig, aangepast worden.

Wat schrijft het Arbobesluit voor?

Artikel 7.4a van het Arbobesluit schrijft voor dat een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan slijtage die de veiligheid kan verminderen, minimaal 1x per jaar gekeurd of zo nodig beproefd moet worden. ’Keuring’ kan hier zowel een inspectie als een keuring zijn volgens de eerdergenoemde definities. Het resultaat van de inspectie/keuring moet schriftelijk vastgelegd worden.

Wat staat vermeld in het Burgerlijk Wetboek?

In het Burgerlijk Wetboek zijn onder andere de wettelijke verplichtingen van een eigenaar in relatie tot gebruikers/bezoekers (werknemers, publiek enzovoort) vastgelegd. Dit is de zogenaamde zorgplicht. Dat de eigenaar hieraan invulling geeft, kan hij mede aantoonbaar maken door periodiek onderhoud, inspecties en/of keuringen uit te laten voeren en vast te leggen dat dit gebeurt.

Wie kan en mag wat doen?

> Bij nieuwe theaterinstallaties

Hierbij beoordeelt de fabrikant zelf of de installatie overeenstemt met de Richtlijn machines en legt dit vast in een EG-Verklaring van Overeenstemming. Vervolgens brengt hij de CE-markering aan. Hiermee is aan de wettelijke verplichting voldaan. Dit geldt voor bijna alle theaterinstallaties, behalve voor machines die zijn opgenomen in bijlage IV van deze richtlijn. Dit zijn machines met een verhoogd risico. Voor theaterinstallaties betreft dit hijs- en hefwerktuigen voor personenvervoer en/of goederen met een valgevaar van meer dan 3 meter . Alvorens deze installaties te voorzien van een CE-markering moeten deze aanvullend zijn beoordeeld (EG-typeonderzoek ) door een onafhankelijke deskundige instantie (notified body), zoals het Liftinstituut.

> Bij bestaande theaterinstallaties

Bestaande installaties moeten ten minste 1x per jaar aantoonbaar geïnspecteerd of gekeurd worden. Dit moet volgens de wettekst gedaan worden door een ’deskundig natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling’. Het begrip ‘deskundig’ is hierin niet verder gedefinieerd. Een deskundige persoon heeft door ervaring en/of opleiding voldoende kennis van de betreffende installatie(s), zowel technisch als veiligheidstechnisch. Dit hoeft niet direct gecontroleerd en/of vastgelegd te worden, maar moet zo nodig wél aantoonbaar zijn. Het risico bestaat dus dat een keuring/inspectie uitgevoerd kan worden door een niet of minder deskundig persoon en dat afwijkingen niet of onvoldoende gesignaleerd worden.

Handhaving door Arbeidsinspectie

Op juiste invulling van bovenstaande regelgeving wordt toegezien door de Arbeidsinspectie. Deze gebruikt als grondslag de Arbowet, beleidsregels en de branchespecifieke arbocatalogi. De Arbeidsinspectie kan hierop afwijkingen constateren en zal hierop handhaven. Afhankelijk van de afwijking kan dit een waarschuwing, bestuurlijke boete, stillegging en mogelijk strafvervolging inhouden.

Rol van het Liftinstituut

Het Liftinstituut heeft jarenlange ervaring opgedaan in het uitvoeren van veiligheidskeuringen aan theaterinstallaties. Deze keuringen worden uitgevoerd aan de hand van checklijsten, die zijn gebaseerd op de Richtlijn machines en de Arbowet. Onderbouwd op basis van normeringen.

Controles

De keuring bestaat uit administratieve, bouwkundige, statische en dynamische installatietechnische controles. De inhoud van deze controles bestaan in grote lijnen uit:

> Administratieve controles

Deze houden het volgende in:

  • inventarisatie en vastlegging van installatiegegevens, zoals aantallen, snelheden en werklasten; 
  • het aanwezig zijn van en op hoofdlijnen juiste invulling geven aan het constructiedossier, op basis van de vereisten uit de Richtlijn machines;
  • het aanwezig zijn en juiste invulling geven aan de Verklaring van Overeenstemming en het aanwezig zijn van CE-markeringen;
  • het aanwezig zijn en controleren op hoofdlijnen van gebruikershandleidingen, logboeken en onderhoudsvoorschriften;
  • het aanwezig zijn en in overeenstemming zijn van certificaten van hijsmiddelen.

> Statische installatiecontroles

Dit betreft:

  • de uitvoering, mate van slijtage en staat van onderhoud van mechanische delen van lieren en kabelgeleidingssystemen;
  • de uitvoering en staat van onderhoud van de elektrische besturingscomponenten;
  • het aanwezig en juist zijn van opschriften en waarschuwingsborden.

> Dynamische installatiecontroles

Hierbij gaat het om:

  • het betrouwbaar functioneren van alle elektrische veiligheden en contacten;
  • de juiste werking van elektrische veiligheidsschakelingen en functies;
  • een steekproefsgewijze lastbeproeving, veiligheden met 110% van de nominale last, overlastsignalering en 125% statische belasting;
  • voldoende remwerking door middel van last, ook van een enkel remsegment van de normaliter dubbele remmen.

> Arbogerelateerde en bouwkundige controles

Dit betreft:

  • toetsing van veilige bereikbaarheid van werkplekken, met betrekking tot trappen, ladders, doorgangen en verlichting;
  • het aanwezig zijn van voldoende veilige vluchtmogelijkheden met betrekking tot toegangen en (nood)verlichting;
  • toetsing van het voldoende veilig zijn van werkplekken;
  • het aanwezig zijn van relevante procedures en persoonlijke beschermingsmiddelen.

Type- of EG-typeonderzoek

Tevens heeft het Liftinstituut bij diverse theaterinstallaties een typeonderzoek, danwel een EG-typeonderzoek uitgevoerd. Het Liftinstituut is namelijk een notified body voor onder andere hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen of van personen en goederen.