Bekend is waarschijnlijk de bouwliftkeuring voor een nieuw geïnstalleerde lift die een tijdje als bouwlift in gebruik is. Er geldt dan volgens het Warenwetbesluit Liften (WWBL) art 17.2 een keuringsverplichting voor een keuring bij ingebruikname en vervolgens de verplichting om de drie maanden periodiek te laten keuren.
Bouwliftkeuring zijn ook verplicht als een gebouw, waarin zich de lift bevindt, ingrijpend wordt verbouwd of gerenoveerd en de lift als bouwlift wordt gebruikt. De omstandigheden rondom het gebruik van de lift zijn dan in het algemeen volledig identiek aan bouwliftgebruik bij nieuwbouw. Ook dan moet de verplichte bouwliftkeuring met de frequentie van drie maanden toegepast worden.
WWBL 2016
De bouwliftkeuring is verwoord in art. 18.2 van het WWBL 2016 en luidt:
Liften als bedoeld in het eerste lid, die worden gebruikt tijdens de bouwfase van een bouwwerk zoals bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, onder b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, worden vóór de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste drie maanden door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie gekeurd. Het eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
HET BEGRIP ‘BOUWWERK’
Artikel 1.1, tweede lid, onder b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit geeft via een verwijzing naar Richtlijn 92/57/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1992 inzake de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen (PbEG L 245) uitleg aan het begrip bouwwerk. In bijlage I van deze richtlijn wordt bepaald dat een bouwwerk niet alleen nieuwbouw betreft, maar ook verbouwing en renovatie.